SURFnet Streaming Video Handleiding

vorige volgende

Inleiding

Deel 1: Inleiding

Routes kiezen

Deze handleiding beschrijft eenvoudige en complexe oplossingen voor het verzorgen van een streaming video registratie. Het is vooral een praktische en technische instructie, bedoeld voor iedereen die overweegt een video uitzending via internet te realiseren, gebruikmakend van de faciliteiten bij SURFnet en de aangesloten instellingen.

Belangrijk: de handleiding is een interactief dynamisch document; in de rechter kolom bepaal je welke informatie je krijgt voorgeschoteld.

Selecteer je Eigen Werkwijze

Teksten voor Eigen WerkwijzeJe moet hoe dan ook een 'Eigen Werkwijze' voor jouw eigen project aangeven.
In basis staat een relatief eenvoudige oplossing geselecteerd, waarbij je met een enkele camera met ingebouwde microfoon een live uitzending verzorgt via een losse MPEG-encoder. Per project kan je andere keuzes maken, die onder 'Keuzes vooraf' beschreven staan (de Werkwijze-titels linken direct naar deze toelichting).
De handleiding past zich aan op deze projectkeuze. Als je met een enkele camera gaat registreren, krijg je bijvoorbeeld geen informatie over de werking van beeldmixers voorgeschoteld; zo'n apparaat zal dan ook niet op de paklijst staan. Niet van toepassing zijnde tekstdelen worden weg gefilterd; ze worden grijs weergegeven en op eventuele prints zelfs weggelaten.

Kies eventueel ook een Eigen Specialisme

Hoofdstukken voor Eigen SpecialismeEr is nog een tweede manier om het informatieaanbod verder te beperken.
In basis staat geen specialisme geselecteerd en is het een echte multidisciplinaire handleiding. Als je echter alleen een rol als bijvoorbeeld geluidsman in dit project hebt, kun je rechtsonder het specialisme Audio opgeven.
De handleiding past zich dan op een tweede manier aan: je krijgt alleen de hoofdstukken voorgeschoteld waarin informatie over audio is terug te vinden. Niet van toepassing zijnde hoofdstukken worden weg gefilterd; ze worden grijs weergegeven en op eventuele prints zelfs weggelaten. Bij het voor- of achteruit bladeren (pijl-knoppen), worden ze dan ook overgeslagen.

Navigeren

Pijlen voor hoofdstuknavigatieVooraf een paar opmerkingen over de navigatie:

  • Je kan met de pijl-knoppen vooruit en achteruit door de hoofdstukken bladeren.
  • Je kan een eigen route volgen door met de muis zelf andere hoofdstukken aan te klikken.
  • Omdat alle informatie in een enkel document zit, werkt de terug-/backspace-bediening van de browser niet; je komt dan op de website terug die je bezocht voordat je deze handleiding opende.
  • Je komt vaak verwijzingen naar andere hoofdstukken of termen uit de begrippenlijst tegen; deze toelichtende tekstdelen komen in een andere kleurstelling over de pagina heen te liggen. Door in het kleurkader te klikken, verdwijnt die tekst weer en kom je terug waar je was.
  • Sommige afbeeldingen kennen een 'Zoom'-optie; de vergrotingen komen in een andere kleurstelling over de pagina heen te liggen. Door in het kleurkader te klikken, verdwijnt die afbeelding weer en kom je terug waar je was.
  • Omdat de projectkeuzes lang niet allemaal even eenvoudig zijn en soms veel leeswerk vragen, is bij het openen van dit document een basis werkwijze voorgeselecteerd.
  • Met een page-refresh wordt de basisinstelling met de eenvoudigste werkwijze zonder specialisme herladen; je komt dan ook terug in dit openingsvenster: het begin van de handleiding.

Streaming video

Streaming video toepassingenStreaming video toepassingenColleges, lezingen of evenementen verdienen het soms om vastgelegd en (via internet) 'uitgezonden' te worden. Technisch is het voor iedere onderwijsinstelling binnen handbereik gekomen om zo'n webcast op te zetten. Of het nu om didactische of publicitaire redenen is, via streaming video is het mogelijk om mensen op afstand live deelgenoot te maken en om registraties later opvraagbaar te maken (on demand beschikbaar te stellen).
Met de geavanceerde netwerkvoorzieningen die binnen de instellingen en vanuit SURFnet worden geboden, kan iedereen bij wijze van spreken zijn eigen televisie-omroep in het leven roepen. Het verzorgen van uitzendingen in televisie- of zelfs HDTV-kwaliteit is niet langer voorbehouden aan de zendgemachtigden, en de benodigde budgetten zijn aanzienlijk teruggebracht. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat er nog zo weinig gebruik van wordt gemaakt.

Techniek

Streaming video onderscheidt zich van andere videocontent door letterlijk het streaming karakter van de videodata. Het bestand is niet te downloaden; de gegevens 'stromen' van de ene naar de andere computer en worden real time vertoond. Er komt geen tape of dvd aan te pas, maar ook geen compleet videobestand dat doorgegeven kan worden; de videogegevens worden vanuit een server naar een computer verstuurd en on the fly (nog tijdens het binnenstromen) weergegeven. In principe houdt de kijker er ook na afloop geen bestand aan over dat hij nog eens af zou kunnen spelen (de zogeheten progressive download); de stream moet opnieuw bij de server worden opgevraagd.
Aan de productiekant moeten de videobeelden hiertoe gecodeerd worden; de enorme hoeveelheid videodata wordt gedigitaliseerd en gecomprimeerd, zodat met een geringere bandbreedte toch een acceptabel beeld verstuurd kan worden.

{Techniekschets of meer een grap-afbeelding met bijv. stromende videodata via golvende filmstrook}

Noodzaak

Streaming video op YouTube Gebruikmaken van streaming video is bijna onontkoombaar in dit multimediale tijdperk. Hoewel internet in aanvang puur een tekst-medium was, is het gebruik van audio en video inmiddels niet meer weg te denken. Er is vanalles aan gedaan om streaming media mogelijk te maken:.er zijn aparte protocollen gekomen, speciale (streaming) servers, aparte players en uiteenlopende slimme compressietechnieken. Maar bovenal is de bandbreedte in rap tempo toegenomen. Stotterende en vlekkerige uitzendingen op postzegelformaat, hebben intussen plaatsgemaakt voor vertoningen op TV-formaat. En waar eindgebruikers via glasvezel ontsloten zijn, kan zelfs high definition kwaliteit (HD) worden geboden. Het on line toeganklijk maken van eigen videomateriaal begint gemeengoed te worden. Ook de SURFnet doelgroep kan hierin niet achterblijven.

Uitdaging

De productie van streaming video is een multidisciplinaire tak van sport waar veel bij komt kijken. Audio, video, netwerk- en computertechnologie, vereisen kennis uit verschillende vakgebieden. Daarnaast is een creatieve inslag wenselijk, moeten producenten zich verdiepen in compositie, kadrering, standpunt en cameradynamiek; maar ook in licht, sfeer en presentatie. Verder zijn vaardigheden uit de communicatiesector gewenst (verdieping in boodschap, doel en doelgroep bijvoorbeeld), als het om meer publicitair gerichte uitzendingen gaat.

Leuk

Voor de makers is het werken met streaming video een uitdagende en veelzijdige klus, waar veel voldoening aan te beleven is. Het is mooi werk om via goed ingezette technologie en de juiste creatieve inslag, anderen te betrekken bij een happening. Andersom is het voor de kijker op afstand fijn om getuige of deelgenoot te kunnen zijn, om bijvoorbeeld onafhankelijk van plaats en tijd en in eigen tempo te kunnen leren. We zijn niet langer afhankelijk van televisie-instanties en omroepbazen om onze doelgroep te kunnen bereiken. De boeiende techniek van streaming media biedt vele mogelijkheden die eerder nauwelijks denkbaar waren.

Lastig

Streaming video is een lastig medium. Los van de creatieve vaardigheden die samenstelling van audiovisuele producties vereisen, geldt voor de streaming techniek dat er een lange keten doorlopen moet worden van diverse processen waarbij verschillende technieken mogelijk zijn. Het vereist een gedegen voorbereiding om alle schakels voldoende onder controle te hebben. Als de complexiteit en kwetsbaarheid van dit proces wordt onderschat, is het een frustrerende bezigheid. Terwijl aan een goede voorbereiding veel plezier te beleven is.

{Cartoon voor leuk en lastig}

SURFnet

SURFnet Video interfaceSURFnet heeft hoge verwachtingen bij de inzet van streaming video binnen de wereld van onderwijs en wetenschap. Ze doet er dan ook veel aan om dit medium te promoten en te faciliteren. Niet in de laatste plaats door zelf het goede voorbeeld te geven. Tientallen registraties van uiteenlopende seminars en bijvoorbeeld alle SURFnet Relatiedagen lezingen zijn live en on demand beschikbaar gesteld, meestal compleet met sheets en ander presentatiemateriaal.
Het netwerk van SURFnet (SURFnet 6) is een van de snelste netwerken ter wereld, waarover uitzendingen mogelijk zijn die de kwaliteit van huiskamertelevisie overtreffen. SURFnet biedt netwerk- en streaming server-technologie, stelt encoding apparatuur beschikbaar en biedt praktische ondersteuning, o.a. in de vorm van publicaties en workshops.

SURFnet-TV site
SURFnet-TV

Via SURFnet-TV biedt SURFnet toegang tot live en scheduled uitzendingen; het is het internet-TV-station voor hoger onderwijs en onderzoek. SURFnet-TV is een dienst om live of voorgeprogrammeerde uitzendingen voor een breed publiek toegankelijk te maken, incidenteel of via een heus eigen 'kanaal'. Producenten kunnen hier de aankondiging van hun uitzendingen plaatsen. Bovendien biedt de website veel informatie over de techniek en de mogelijkheden, waaronder deze handleiding.

SURFnet Videotheek

SURFnet VideotheekVia de SURFnet Videotheek biedt SURFnet toegang tot achteraf opvraagbare uitzendingen (Video On Demand, VOD); het werkt als een catalogus voor alle materiaal op een centrale streaming server. Producenten kunnen er hun videobestanden plaatsen en langs deze weg voor een breed publiek of afgeschermde doelgroep toegankelijk maken. De eindgebruiker kan, door gebruik van meta-data, uitgebreid zoeken in de videotheek.

Deze handleiding

Omdat streaming video zo'n uitgebreid gebied van kennis en kunde bestrijkt, is het goed vooraf even de reikwijdte van deze handleiding aan te geven. Ze beschrijft bijna alles wat nodig is om een goede audiovisuele registratie met 'eenvoudige middelen' te maken en deze via SURFnet online toegankelijk te maken, live en on demand. Het is zodoende een omvangrijk document. Er zijn verkorte wegen mogelijk, maar in het totaalpakket zullen vrijwel alle facetten aan bod komen, van voorbereiding, opbouw en registratie, tot publicatie.
De vorm is gericht op praktische toepassing van basisvaardigheden. Het is geen lesmateriaal voor een audiovisueel producent, geen cursus netwerktechnologie; deze instructie poogt de streaming media techniek toegankelijk te maken, zodat meer mensen dit medium voor uiteenlopende doelen zullen inzetten.

We beperken ons qua codeertechnieken voor videocompressie tot MPEG-2 en -4 (voor live uitzendingen) en Windows Media (voor live en on demand uitzendingen), de formaten die SURFnet in ieder geval ondersteunt. Omdat er veel aandacht is voor de feitelijke registratie, en er bijvoorbeeld ook checklists en apparatuurbesprekingen zijn, is er ook voor producenten die voor andere technieken kiezen, veel relevante informatie te vinden.

Doelgroep: De handleiding richt zich in eerste instantie tot docenten, medewerkers en studenten in het hoger en wetenschappelijk onderwijs. We veronderstellen weinig voorkennis waar het om audiovisuele of streaming techniek gaat; wel gaan we uit van enige computervaardigheid, technische en creatieve belangstelling. Streaming video is in de uitvoering redelijk complex; omdat ook de handleiding daar niet voor wegloopt, wordt er best veel gevraagd van de lezer.
Verder veronderstellen we toegang tot benodigde SURFnet faciliteiten, bereikbaarheid van benodigde apparatuur en eventuele ondersteuning vanuit eigen instellings AV-diensten. Ook zullen we wijzen op de mogelijkheid bepaalde taken of projecten uit te besteden.

Waar we in de mannelijke vorm spreken, moet uiteraard ook de vrouwelijke variant gelezen worden. De keuze voor hij en hem is alleen maar gemaakt om de tekst leesbaar te houden.

Tenslotte moet gezegd dat we dit proces alleen vanuit de productiekant benaderen, niet vanuit het kijker perspectief; we zullen dus niet ingaan op client-zaken als benodigde players (Windows Media Player en VideoLAN bijvoorbeeld) e.d.

Structuur

De handleiding is opgezet als interactief document, een stappenplan waardoor verschillende routes zijn af te leggen. Dat kan op basis van een bepaald scenario zijn (door een aantal voorkeuzes te definiëren) of door een bepaald thema te kiezen. Zie daartoe de startpagina Routes kiezen onder Inleiding.
De horizontale menubalken geven een hoofdindeling in werkvolgorde aan, met de volgende delen:

  • Keuzes vooraf behandelt belangrijke overwegingen die bij ieder streaming video project gemaakt moeten worden; door ze onder 'Eigen Werkwijze' in de rechterkolom aan te geven, bepaal je de inhoud van deze handleiding.
  • Daarna kan de Voorbereiding beginnen. Dit deel biedt vooral veel checklists en aanwijzingen om de kans van slagen te vergroten.
  • In Opbouwen wordt de registratieruimte ingericht en alles gereedgemaakt voor de uitzending.
  • In Registreren komen handreikingen langs voor goede audio- en videoregistratie, en de codering en archivering van deze data.
  • Onder Publiceren staat informatie over het presenteren van de registratie, live en on demand; en over eventuele nabewerking van het materiaal.

Buiten de Inleiding is er nog een Extra deel opgenomen, met veel achtergrondinformatie waarnaar elders in de tekst veelvuldig wordt verwezen. Hierin vind je een begrippenlijst, apparatuurinformatie, overzichten van kabels en stekkers in audio/video-land, en gaan we kort in op video in high definition kwaliteit.

Keuzes vooraf

Deel 2: Keuzes vooraf

Inhoudelijke keuzes

Voorafgaand aan diverse technische overwegingen, is van belang te bedenken wat je met de videoregistratie wilt doen/bereiken. In alle gevallen is het goed even stil te staan bij het doel van de uitzending en bij de doelgroep die je wilt bereiken. Als er commerciële belangen in het spel zijn, moet die analyse nog wat verder gaan. Wat is de missie? Welk effect wil je bereiken? Dat soort vragen. Dit kader is sterk bepalend voor de omvang, de reeks technische keuzes, het benodigde budget, de inzet van eventuele externe partijen et cetera.

Voor een eenvoudige registratie van een docent in een collegezaal, met alleen de bedoeling ook studenten elders het college te kunnen laten volgen, volstaat wellicht een enkele camera (misschien zelfs onbemand, of op afstand bediend). Heel anders wordt het als ook de schermpresentatie van een spreker in beeld moet komen (bij seminars bijvoorbeeld). Is dat nodig voor een goed begrip van de spreker? Als het materiaal bovendien voor een bredere doelgroep beschikbaar wordt gemaakt, zal je hogere eisen aan de kwaliteit willen stellen. Kijkers zijn verwend met televisiebeelden; het eigen imago van de instelling/organisatie kan in het geding komen. Dan komt een registratie met twee of meer camera's in beeld. Dat is zeker wenselijk bij bijvoorbeeld workshops, discussiefora of evenementen, waarbij meer gebeurt dan alleen een enkele spreker volgen; waarbij ook de kijker meerdere invalshoeken (zichtlijnen) nodig heeft om te kunnen volgen wat er gebeurt.

Stel daarom vooraf vast wat de intenties van een uitzending zijn, visualiseer de gebeurtenissen en doorloop daarna de volgende keuzes.

{Cartoon wellicht, met vele vraagtekens/overwegingen}

Audio

Goed geluid is een belangrijke factor voor het slagen van een streaming media event. Naarmate er minder in beeld gebeurt (lezingen bijvoorbeeld met alleen talking heads) zullen er hogere eisen aan vooral de verstaanbaarheid gesteld moeten worden.

Voor de geluidsregistratie zijn verschillende mogelijkheden. Als je in de rechterkolom je keuze aanvinkt, is dit bepalend voor diverse vervolgstappen en lijsten elders in de handleiding.

Cameramicrofoon

In veel camera's zit een microfoon ingebouwd, of wordt er een meegeleverd die rechtstreeks op de camera te monteren is. Dat biedt de eenvoudigste optie voor audioregistratie, maar is eigenlijk alleen werkbaar als er veel visuele informatie is (en de verstaanbaarheid daarmee wat minder belangrijk is). De kwaliteit van de gemiddelde cameramicrofoon is niet al te best. Met de los meegeleverde richtmicrofoons is het beter gesteld; vaak sta je daarmee echter te ver van het onderwerp af.

Losse microfoon

Met een losse microfoon kan je dicht bij de audiobron komen en zo, met een kabel of zender, beter verstaanbaar geluid de camera inbrengen. Je kan dat vaak ook rechtstreeks op een eventuele beeldmixer inpluggen. Zolang er weinig bronnen te registreren zijn, heb je dus niet per se een audiomixer nodig (al biedt die wel meer mogelijkheden om beter geluid te registreren).

Zaalmix

In veel gevallen kan je een reeds bestaande zaalaudiovoorziening gebruiken; of door anderen geregelde (ingehuurde) voorzieningen. Gewoonlijk zijn anderen dan verantwoordelijk voor het aansluiten, instellen en mixen van microfoons en eventuele andere audiobronnen (laptops/computers, dvd-/cd-/MP3-players, live muziek e.d.). De mengtafel moet dan nog wel over een extra uitgang beschikken, waarop je de streaming encoder (of back-up-recorder) kunt aansluiten; de kwaliteit van dit signaal moet uiteraard in orde zijn.
Idealiter wordt die zaalaudiomixer live bediend door een geluidstechnicus, of staat hij binnen handbereik voor eigen bediening, omdat er voor goede verstaanbaarheid vaak correcties nodig zijn tijdens het event, zeker bij wisselende sprekers.

Eigen mix

Als er geen audiovoorzieningen (geregeld) zijn, of als je alles zelf in de hand wilt houden, kan je de apparatuur en bediening ook zelf regelen. Daarmee zijn de signalen van meerdere microfoons en eventuele andere audiobronnen te mixen (laptops/computers, dvd-/cd-/MP3-players, live muziek e.d.).
Goed geluid registreren is een vak apart en vereist veel extra apparatuur. Het is wel prettig om juist op dit belangrijke punt niet afhankelijk te zijn van derden; aan de andere kant moet je wel weten waar je aan begint.

Video

Bij dynamische evenementen (feestelijke opening, een wedstrijd et cetera) is goede cameravoering vanuit meerdere gezichtspunten van groot belang om de kijker goed te kunnen laten volgen wat er gebeurt; deze mist immers het overzicht dat je in de zaal hebt, en daarmee vaak de context waarin dingen gebeuren. Verder moet je als producent overwegen of de kijker op afstand de informatie van eventuele schermpresentaties óók nodig heeft (met bijvoorbeeld PowerPoint-sheets). Als het aantal beelden gering is en de leesbaarheid niet al te belangrijk, zou je een extra camera op het scherm kunnen richten; in andere gevallen is echter extra apparatuur nodig om ook die schermprojecties bij de kijker te kunnen brengen.

Voor de beeldregistratie zijn verschillende mogelijkheden, die eventueel te combineren zijn. Als je in de rechterkolom je keuze(s) aanvinkt, is dit bepalend voor diverse vervolgstappen en lijsten elders in de handleiding.

Enkele camera

Met één camera is maar heel beperkt vast te leggen wat er gebeurt. Het is een eenvoudige oplossing (je kan met een wideshot de camera zelfs onbemand laten zijn of alleen maar een webcam neerzetten), maar het biedt weinig mogelijkheden om de kijker bij het event of onderwerp van gesprek te betrekken. Vaak biedt het zicht van één camera gewoon te weinig informatie om gebeurtenissen te kunnen duiden. De verleiding is dan groot veel in en uit te zoomen en de camera regelmatig andere kanten op te draaien (pan en tilt). Dergelijke camerabewegingen zijn echter vermoeiend en storend voor de kijker. Omdat de encoder dergelijke beeldveranderingen vaak niet bij kan benen, wordt (vooral bij videostromen voor lage bandbreedte) de beeldkwaliteit doorgaans belabberd.

Beeldmix

Het vergt veel extra apparatuur en een 'beeldregisseur' die de beelden goed kan kiezen en mixen, maar met een meer-cameraregistratie kan je beter tot een boeiende en duidelijke registratie komen. Je krijgt meer afwisseling in standpunten en beeldkaders. Soms is het domweg noodzakelijk met meer camera's te werken; bij een intensief tweegesprek bijvoorbeeld, een discussie met panelleden en publiek et cetera.
Andersom is meer niet altijd beter. Het is zinvol vooraf in cameralijnen te denken en je af te vragen wat de kijker werkelijk nodig heeft om te kunnen volgen wat er waar gebeurt. Je moet de personages in het gezicht kunnen kijken en af een toe een overzichtshot hebben om de kijker betrokken te houden.
In een beeldmix kan je ook andere bronnen meenemen: onderstaande oplossingen voor zaalprojectie bijvoorbeeld, maar ook dvd-/hdd-/video-players e.d.

Pc-projectie via scanconverter


Met een goede scanconverter zijn de beamer-beelden (meestal VGA-signaal van een computer) om te zetten naar een 'normaal' videosignaal (volgens PAL-normen) waar de beeldmixer of encoder weer mee overweg kan. Het is dan aan de beeldregisseur om de beelden, waar nodig, mee te mixen.
Deze oplossing vereist een goede en goed geconfigureerde scanconverter. Er treedt kwaliteitsverlies op, maar het meeste bronmateriaal komt heel acceptabel over. De conversie die de scanconverter moet maken, is vooral in de scherpte vaak kwetsbaar; en bij veel apparaten schieten de instelmogelijkheden tekort.

Pc-projectie via monitor


Door het projectiesignaal (meestal VGA-signaal van een computer) te splitten, kan het tegelijk op een extra monitor worden geprojecteerd. Met een bijzondere opstelling is dit beeld via een extra camera te registreren en aan de beeldmixer door te geven. Het is dan aan de beeldregisseur om de beelden waar nodig mee te mixen.
De extra apparatuur moet nauwkeurig worden opgesteld (camera recht voor het scherm, precies gekadreerd en handmatig ingesteld) en de opstelling is erg stootgevoelig (zolang er geen vast kastje/kistje voor wordt gebouwd). Er treedt uiteraard kwaliteitsverlies op, maar het meeste bronmateriaal komt heel acceptabel over. Met goede apparatuur is de scherpte meestal beter dan een scanconverter kan bewerkstelligen; de kleurscheiding en helderheid is meestal juist wat lastiger.

 
Alternatieven

Er bestaan uiteenlopende mogelijkheden en applicaties om schermpresentaties in aparte deelvensters mee te nemen; ze vallen buiten het bestek van deze handleiding. Fraai is zonder meer dat de kijker dan niet langer afhankelijk is van de keuze van de beeldregisseur; hij kan beide beelden tegelijk zien. Jammer is dat er vaak heel wat haken en ogen kleven aan de geboden oplossingen.

Bij beoordeling en vergelijking hiervan, moet je o.a. de volgende punten in de gaten houden:

  • De belangrijkste beperking is vaak dat de truc alleen met PowerPoint-sheets werkt, terwijl in praktijk steeds meer multimediale vertoningen (animaties, filmpjes e.d.) met exotische bestandsformaten worden gebruikt (die dan niet mee kunnen komen in de presentatie).
  • Soms is extra voorbereiding/voorbewerking nodig.
  • Soms legt het beperkingen aan de spreker op (die je liefst zo min mogelijk vermoeit met extra handelingen of inperking van eigen vrijheid).
  • Je moet goed kijken hoe de synchronisatie wordt geregeld, zowel in live als on demand situatie.
  • Vaak dienen thumbnails van de sheets als interactieve inhoudsopgave, terwijl die sheets-overgangen vaak niet overeenkomen met een inhoudelijk logische indeling.
  • Animaties in de sheets (bullets die in stapjes binnenkomen, schetsen die in fases worden opgebouwd, sheet-overgangen e.d.) worden vaak anders weergegeven dan op het scherm.
  • HDTV is doorgaans geen optie; integendeel:
  • De videovensters zijn meestal erg klein.

Noemenswaardig is dat de Windows Media Encoder mogelijkheden biedt om sheets of weblinks aan te roepen vanuit het videobestand, met een techniek die live werkt en ook gearchiveerd wordt. Bovendien kan je achteraf een soort hoofdstukindeling aanbrengen. Dat vereist wel enige voor- en nabewerking en brengt ook een deel van voornoemde problemen met zich mee.

Meer informatie
Windows Media Encoder Help file
De Windows Media Encoder biedt de mogelijkheid om voor live en on demand vertoning URL's te koppelen, bijvoorbeeld dus naar plaatjes van de sheets.
Mediasite van SonicFoundry
Systeem met eigen servers, hard- en software om lezingen online te brengen; video en sheets gekoppeld, waarbij sheets ook als een soort inhoudsopgave werken.
MS Producer
Deze applicatie, een uitbreiding op PowerPoint, biedt de mogelijkheid video en sheets te koppelen en deze te tonen in Internet Explorer.
Apreso
Nog een systeem om video en sheets te koppelen.
TriCaster of VT[5] van NewTek
Zogeheten TV-studio-in-a-box oplossingen met hard- en software om live te mixen en streamen, compleet met softwarematige scanconverter voor integratie van pc-beelden.

Dit zijn een paar voorbeelden van alternatieve oplossingen; het is zeker geen volledig lijstje.

Distributie

Een live uitzending geeft het gevoel 'erbij te zijn'. Dat is vooral bij bijzondere evenementen (een feestelijke opening of afsluiting bijvoorbeeld, een jubileum et cetera) van belang. Dat is een gevoelskwestie; duidelijk is dat zoiets voor een sportwedstrijd heel anders ligt dan voor een lezing over een technisch onderwerp.
Bij on demand materiaal ontbreekt vaak dat 'meebeleven'. Soms is 'herbeleven' (of jezelf terugzien) nog een item, maar meestal zal het om informatievoorziening gaan: willen weten wat er op een bepaald moment gebeurde, of bijvoorbeeld willen leren over een besproken onderwerp.

Voor het beschikbaar stellen van de registratie zijn verschillende mogelijkheden, die eventueel te combineren zijn.  Als je in de rechterkolom je keuze(s) aanvinkt, is dit bepalend voor diverse vervolgstappen en lijsten elders in de handleiding.

Live via MPEG-encoder

De eenvoudigste manier om via SURFnet een live uitzending te verzorgen, is met behulp van een losse MPEG-encoder, een klein kastje dat je eenvoudig tussen de audiovisuele apparatuur en het netwerk plaatst. SURFnet heeft hiertoe een gratis uitleendienst in het leven geroepen. De encoder maakt een MPEG-2 datastroom van de registratie en transporteert die naar de servers voor live streaming. De gedecodeerde data worden naar een Windows Media server gestuurd, opnieuw gecodeerd en in verschillende kwaliteiten (bitrates) 'uitgezonden'. De MPEG-2, MPEG-4 en Windows Media stromen worden via een uitzendschema aangeboden; ook daar hoef je niets meer aan te doen (al kun je het natuurlijk ook nog ergens zelf aankondigen).

Overwegingen

Voordelen

  • Eenvoudig te realiseren; bijna plug and play.
  • Encoder gratis en goed geconfigureerd.
  • Eenvoudige manier ook om tegelijk multicast en unicast uitzendingen te realiseren (zie ook Unicast/multicast bij Stream onder Keuzes vooraf).
  • Beschikbaarheid van verschillende formaten, voor elke kijker naar wens te kiezen:
    • MPEG-2 unicast
    • MPEG-2 multicast
    • MPEG-4 unicast in twee verschillende kwaliteiten (bitrates)
    • Windows Media unicast in twee verschillende kwaliteiten (bitrates)
    • Windows Media multicast.
  • Hoog gebruiksgemak met een compacte opstelling (camera inpluggen en streamen, bij wijze van spreken).

Nadelen

  • Deze techniek is alleen voor live uitzendingen bruikbaar; er worden geen archiefbestanden aangemaakt voor on demand gebruik.
  • De kwaliteit van de Windows Media output is slechter dan bij rechtstreekse codering; het transport in MPEG-2 formaat (gecomprimeerd dus), brengt een extra compressiestap met zich mee en betekent dat de input voor de Windows Media encoder slechter is. Garbage in = garbage out. Vooral in details (in bijvoorbeeld tekstwerk) en in bewegingen is dit goed te zien.
  • In de videostroom zijn geen koppelingen mee te sturen naar bijvoorbeeld sheets of webpagina's.
  • Sheets e.d. zijn evenmin live mee te mixen in de in de videostroom, omdat ze slecht leesbaar worden door de dubbele codeerslag.
  • Er is een relatief hoge bandbreedte vereist voor de upload van de MPEG-datastroom; het is veilig om van 10 Mbit/s uplink (capaciteit voor uitgaand verkeer) uit te gaan.
  • Er worden wat eisen aan de netwerkconfiguratie op de uitzendlocatie gesteld (vast IP-adres, firewall poortinstellingen); daarvoor is de medewerking van de netwerkbeheerder nodig.
  • Voor MPEG-weergave heeft de kijker speciale afspeelsoftware nodig.
  • Je hebt geen invloed op de configuratie van de verschillende videostromen voor de eindgebruiker (wordt door de streaming server bepaald).
Live via pc-encoder

Zolang een uitzending in Windows Media volstaat, biedt de inzet van een pc-encoder de meest flexibele oplossing. De computer met capture-voorziening kan de videodata live naar de streaming server sturen, maar ook meteen een archiefbestand voor on demand gebruik aanmaken (zie volgende optie). Het coderen gebeurt lokaal, zo dicht mogelijk bij de bron. De videostroom kan tegelijk in meerdere kwaliteiten (bitrates) via de streaming server worden 'uitgezonden'. Je kan ze via weblinks toegankelijk maken.

Overwegingen

Voordelen

  • Weinig kwaliteitsverlies; slechts beperkt door de rekencapaciteit van de pc-encoder en door de bandbreedte.
  • Windows Media bestanden zijn standaard op iedere Windows-pc te bekijken; voor andere besturingssystemen zijn players beschikbaar.
  • De uitzending heb je grotendeels zelf in de hand; dat geldt voor alle denkbare settings die de videostroom kenmerken.
  • Meerdere kwaliteiten (bitrates), voor verschillende bandbreedtes bij de kijkers, instelbaar.
  • Tegelijk archiveren mogelijk, zodat een on demand versies van de registratie na afloop meteen beschikbaar is.
  • In de videostroom zijn koppelingen mee te sturen naar bijvoorbeeld sheets of webpagina's.
  • Sheets e.d. zijn meestal goed leesbaar in de videostroom mee te mixen.
  • De uitzending vereist relatief beperkte bandbreedte voor uitgaand verkeer, voor de upload (die benodigde bandbreedte is per uitzending bovendien zelf af te stemmen door hogere of lagere bitrates te kiezen).
  • Er zijn nauwelijks aanpassingen in de lokale netwerkconfiguratie nodig (poort 8080 moet openstaan voor uitgaand verkeer).

Nadelen

  • Opstelling en bediening van een pc-encoder vereist tijd en kennis.
  • Er is een krachtige computer vereist met capture-voorziening: FireWire of speciale capture-kaart.
  • Naarmate de bitrate toeneemt (hogere resolutie, hogere framerate, meerdere bitrates), zal er meer rekenkracht van de pc-encoder nodig zijn. Meestal wordt dit pas merkbaar bij uitzendingen in multiple bitrate (zie ook Bitrate bij Stream onder Keuzes vooraf).
  • Een laptop volstaat doorgaans niet, waardoor de opstelling niet compact is en de opbouw tijdsintensief is.
On demand via live archivering door pc-encoder

Zolang een uitzending in Windows Media volstaat, ligt het voor de hand om de pc-encoder ook meteen archiefbestanden aan te laten maken. Deze zijn voor on demand gebruik na afloop meteen naar de server te uploaden. De on demand files hebben dan precies dezelfde kenmerken als de live data.

Overwegingen

Voordelen

  • Weinig kwaliteitsverlies; slechts beperkt door de rekencapaciteit van de pc-encoder en door de bandbreedte.
  • Windows Media bestanden zijn standaard op iedere Windows-pc te bekijken; voor andere besturingssystemen zijn players beschikbaar.
  • De uitzending heb je grotendeels zelf in de hand; dat geldt voor alle denkbare settings die de videostroom kenmerken.
  • Meerdere kwaliteiten (bitrates), voor verschillende bandbreedtes bij de kijkers, instelbaar.
  • On demand bestanden na afloop meteen beschikbaar.
  • Tegelijk live uitzenden relatief eenvoudig mogelijk.
  • In de videostroom zijn koppelingen mee te sturen naar bijvoorbeeld sheets of webpagina's.
  • Sheets e.d. zijn meestal goed leesbaar in de videostroom mee te mixen.

Nadelen

  • Opstelling en bediening van een pc-encoder vereist tijd en kennis.
  • Er is een krachtige computer vereist met capture-voorziening: FireWire of speciale capture-kaart.
  • Naarmate de bitrate toeneemt (hogere resolutie, hogere framerate, meerdere bitrates), zal er meer rekenkracht van de pc-encoder nodig zijn. Meestal wordt dit pas merkbaar bij uitzendingen in multiple bitrate (zie ook Bitrate bij Stream onder Keuzes vooraf).
  • Een tweede harddisk voor speciaal de archiefbestanden is wenselijk.
  • Een laptop volstaat doorgaans niet, waardoor de opstelling niet compact is en de opbouw tijdsintensief is.
  • De kwaliteit is niet beter dan die van een eventuele live uitzending; het is zeker acceptabel, maar kan nóg beter (zie volgende optie).
On demand via back-up door losse recorder

Het is aan te raden sowieso een back-up-tape mee te laten draaien. Computers laten het nu eenmaal vaker afweten dan videorecorders. Zo'n back-up kan als bron dienen voor achteraf coderen, ook als in de toekomst mogelijk andere formaten de norm worden.
Een videorecorder is natuurlijk ook in te zetten als er geen live uitzending wenselijk is, of als de live uitzending via de losse MPEG-encoder wordt geregeld. Het is een compacte, betrouwbare en relatief eenvoudige manier om een registratie vast te leggen. Wel vereist deze methode altijd nabewerking.

Overwegingen

Voordelen

  • Compacte oplossing voor vastlegging van een registratie.
  • Tape is betrouwbaar en redelijk toekomstvast.
  • Maximale kwaliteit haalbaar door archivering achteraf, zeker als voor dubbele codeerslag wordt gekozen (zie Tweestaps codering bij Stream onder Keuzes vooraf).
  • Minder storingsgevoelig.

Nadelen

  • Nabewerking nodig om stream bestanden te verkrijgen; dat levert vertraging op in het beschikbaar stellen van de on demand files.
  • Bediening van een pc-encoder voor achteraf coderen vereist tijd en kennis.
  • Voor tegelijk live uitzenden is aanvullende apparatuur nodig (MPEG- of pc-encoder).

Stream

Aan een videodatastroom zijn heel wat variabelen in te stellen die van invloed zijn op de kwaliteit (getrouwe weergave) enerzijds en de benodigde bandbreedte anderzijds. Het is de kunst om een goede balans te vinden. We lopen hier alleen de criteria langs die juist vooraf even overwogen moeten worden; andere settings komen in de opbouwfase aan bod.
De keuzes zijn voornamelijk relevant voor Windows Media uitzendingen. Voor live scenario's met alleen een losse MPEG-encoder geldt immers dat je er zelf niets aan kunt instellen.

demo bandbreedteBandbreedte
BandbreedteBandbreedte

Een belangrijke en lastige afweging is de bandbreedte waarmee je rekening gaat houden. Die wordt bepaald door enerzijds de capaciteit van de upstream, anderzijds de veronderstelde capaciteit van de downstream bij de eindgebruiker. De praktisch haalbare waarden liggen bovendien vaak ver onder de theoretisch haalbare waarden.

Upstream

Bij live uitzendingen is belangrijk om na te gaan welke bandbreedte op de locatie beschikbaar is voor het verkeer naar buiten. Toezeggingen van providers en lokale netwerkbeheeerders zijn vaak erg riant; netwerkapparatuur kan onbedoelde vertragingen opleveren, de capaciteit moet gedeeld worden met ander opwaarts verkeer binnen hetzelfde netwerk, en er is een zekere overhead ruimte nodig. Vaak is zo'n video-uitzending de eerste kritische situatie waarmee de uploadcapaciteit werkelijk op de proef wordt gesteld, zodat je nooit van de theoretische waarden uit mag gaan die we hier noemen en die je op locatie tegenkomt. Als de bandbreedte niet riant is, zijn tests noodzakelijk en moet er de bereidheid zijn ander netwerkverkeer stil te leggen tijdens de uitzending (overleg met lokale netwerkbeheerder).
Voor live uitzendingen met een pc-encoder met een bruikbare resolutie is een uplink van minimaal 500 kbit/s nodig.
Voor live uitzendingen met een MPEG-encoder is een uplink van minimaal 6 Mbit/s nodig.
Voor live HDTV-uitzendingen met een pc-encoder is een uplink van 10 Mbit/s wenselijk.
Bij on demand uitzendingen gelden deze problemen niet. De SURFnet streaming server is direct aangesloten op het breedbandige netwerk van SURFnet. Dan tellen alleen beperkingen aan de kant van de ontvanger, in de downstream dus.

Downstream

Aan de gebruikerskant is maar net de vraag met wie je rekening wilt houden. Het lijkt niet langer zinvol ook een stroompje aan te bieden voor mensen achter een ISDN-modem. Hun aandeel is minimaal, en als ze vaker video zouden kijken, waren ze uit kostenoverweging inmiddels wel overgestapt naar ADSL of kabel (langer via ISDN inbellen, is doorgaans immers duurder dan de kosten van een basis ADSL/kabel-abonnement). De onderkant kunnen we dus op 1 Mbit/s downstream leggen (in praktijk pakweg 700 kbit/s); en daar is gelukkig al een aardig filmpje mee te kijken. Voor snellere ADSL- en kabelvarianten kan de lat wat hoger liggen. En voor kijkers binnen de op SURFnet aangesloten instellingen, zitten beperkingen eigenlijk alleen nog in de lokale infrastructuur. Het is veilig om onder de 15 Mbit/s te blijven (alleen relevant voor HDTV-uitzendingen) en voor multicast uitzendingen te kiezen.

demo videocoderenVideo coderen
Bitrate Video coderen

De benodigde bandbreedte hangt nauw samen met de bitrates van de uitzending. In Windows Media formaat is een uitzending in meerdere bitrates tegelijk te realiseren (multiple bitrate). Aan de uplink-kant is de benodigde bandbreedte dan een optelsom van de gekozen datastroompjes, plus een procent of twintig overhead. Aan de downstream-kant is dat de laagste bitrate, plus eveneens zo'n twintig procent overhead.

Voor de '1 Mbit/s kijkers' (onderkant ADSL) zou een bitrate van 750 kbit/s net goed afspeelbaar moeten zijn, al is het veiliger om iets lager te gaan zitten. Als het onderweg tegenzit, of als de gebruiker nog andere downstream genereert, zal de videovertoning frames laten wegvallen en uiteindelijk echt gaan haperen (omdat ook de buffer in de afspeelsoftware niet voldoende bevoorraad kan worden).
Naast deze 'onderstroom' kan je bijvoorbeeld nog een stroom van 1500 kbit/s (1,5 Mbit/s) meesturen, zodat de kijkers met een hogere bandbreedte een beter beeld krijgen. Het moet wel eerst zeker zijn dat de pc-encoder dit extra rekenwerk aankan.

De bitrate wordt door diverse variabelen beïnvloed, waarvan de belangrijkste resolutie en framerate zijn.

Resolutie

resolutiesOp een schermpje van 320 pixels breed, zijn de meeste events voldoende goed te volgen. Als detailscherpte belangrijk wordt, vanwege de leesbaarheid van mee gestreamde sheets bijvoorbeeld, wordt een schermomvang van 720*576 pixels interessanter. Dat is het formaat van televisie volgens de PAL-normen; ook het formaat waarmee gewoonlijk wordt opgenomen.
Zo'n groter videobeeld vergt een fors hogere bandbreedte; aan iedere extra pixel moeten drie kleurwaarden worden meegegeven die allemaal extra bits vergen. Toch is met een bitrate van 750 kbit/s nog net een aardig beeld in die SD-resolutie (standard definition, PAL-formaat) neer te zetten, als de framerate wat lager gehouden kan worden.

Framerate

Het aantal beelden per seconde bepaalt hoe vloeiend wij de videovertoning ervaren. Bij 25 beelden per seconde (zoals bij PAL-televisie) kunnen onze ogen het onderscheid tussen de afzonderlijke beelden niet meer waarnemen. Voor alleen computergebruik en bij snelle acties zou een instelling op 30 beelden per seconde interessant kunnen zijn. Andersom is interessant dat we bij niet al te veel beweging in het beeld, ook met 20 beelden per seconde genoegen kunnen nemen.
Vanzelfsprekend neemt de bandbreedte toe naarmate er meer beelden per seconde verstuurd moeten worden.

Geluidskwaliteit

Ook de gewenste geluidskwaliteit is van invloed op de bandbreedte. Er kan bijvoorbeeld een reden zijn om per se stereo te willen uitzenden, maar meestal zal mono volstaan, al is het maar omdat de stereobeleving van de gemiddelde pc-speakerset niet erg bijzonder is. High resolution audio (24-bit, 96 kHz) en zelfs multichannel audio is mogelijk, maar meestal volstaat geluid in cd-kwaliteit (16-bit, 44kHz). Andersom is ook een uitzending in FM-kwaliteit denkbaar (8-bit, 22kHz).
Hogere geluidskwaliteit kost uiteraard meer bandbreedte, en zal bij de lagere bitrates dus ten koste moeten gaan van de videokwaliteit.

Unicast/Multicast

MulticastMulticastUnicastUnicastWaar niet anders wordt vermeld, gaan we in deze handleiding van unicasting uit: iedere individuele client ('kijker') ontvangt een eigen datastroompje van de streaming server, met een eigen kopie van de videostroom. Met on demand raadplegingen is dat logisch (die gebruikers zullen immers zelden precies tegelijk dezelfde registratie opvragen), maar bij live uitzendingen is er een alternatief: Met multicasting kan eenzelfde datastroom door diverse gebruikers worden gedeeld; meerdere clients ontvangen dan dezelfde videostroom. Pas op het laatste punt in het netwerk, daar waar de wegen tussen verschillende clients zich scheiden, wordt lokaal een kopie gemaakt.

Multicasting is een veel efficiëntere techniek als het om server- en netwerkbelasting gaat. Een belangrijk probleem is echter dat alle netwerkonderdelen onderweg de multicast techniek moeten ondersteunen. Op internet is dat nog lang niet het geval. De SURFnet backbone is daarentegen wel geheel multicast-enabled. Binnen lokale netwerken kan dat intussen ook wel voor elkaar zijn, maar dat moet vooraf worden gecontroleerd. SURFnet biedt gebruikers van aangesloten instellingen daartoe een multicast test aan.

Tweestaps codering

Zolang er niet live gecodeerd hoeft te worden, biedt de Windows Media Encoder een interessante optie om de kwaliteit van de videostroom aanzienlijk te verbeteren: de zogeheten tweestaps codering (2-pass encoding). Dit kan alleen met videobestanden (meestal AVI-files) als bron.
De encoder analyseert in een eerste doorloop het bronmateriaal en past in een tweede fase een nauwkeurig afgestemde codeerslag toe. Door de analyse vooraf, kan de encoder 'vooruit kijken', en de bits zodoende beter over de frames verdelen. De video zal daardoor een constantere kwaliteit krijgen; plotselinge beeldovergangen worden beter opgevangen.

Je moet veel over hebben voor die betere kwaliteit: De tweestaps codering duurt ongeveer twee keer zolang als de directe codering. Bovendien moet je voor een bronbestand vaak eerst het materiaal nog capturen van tape, zodat je al-met-al drie keer zo lang werk hebt.

Meer informatie
Multicast informatie op de SURFnet themasite Infrastructuur
Met informatie over het multicast enablen van lokale netwerken.
Het Multicast Cookbook in de SURFnet Kennisbank
Met informatie over lokale netwerkconfiguratie voor multicasting.

Productioneel

Het verzorgen van een goede televisie-uitzending, was tot nog niet zo lang geleden een onbetaalbare kwestie. Er moesten cameramensen, geluidstechnici, belichters, een beeldregisseur en uiteenlopende assistenten voor worden ingehuurd, er werd meters kabel uitgerold en er kwam een regiewagen voorrijden. En dan hebben we het alleen nog over de praktische uitvoering.

Vandaag de dag zijn eenvoudige lowbudget oplossingen mogelijk. Met desnoods de eerste de beste consumentencamera en een geleend encoder-kastje van SURFnet, kan je bijna kosteloos morgen al draaien.

Toch zullen er veel gevallen zijn waarin de kwaliteit van de uitzending niet uit het oog verloren mag worden. Algauw zal je ervoor kiezen met meer mensen en (geavanceerdere) apparatuur te willen werken. Met goede voorbereiding, een heldere taakverdeling, geschikte mensen en de juiste apparatuur, kan je een heel eind komen; zeker als er een audiovisuele dienst binnen je instelling is, die met spullen en bediening kan helpen.

Uitbesteden of zelf doen?

Als het aantal producties op jaarbasis gering is, zal uitbesteding van de klus of onderdelen daarvan in beeld kunnen komen. Er zijn inmiddels verschillende partijen die het hele traject op zich kunnen nemen; grote clubs als DutchView, maar ook kleinere bedrijfjes als Joris Lange TBP waar SURFnet nu al vele jaren mee samenwerkt.
De grotere bedrijven nemen 'net als vroeger', een complete regiewagen mee en hebben voor iedere taak een eigen specialist op de set. De kleinere organisaties brengen alleen alle benodigde apparatuur mee naar binnen en klaren de klus gewoonlijk met minder mensen die multifunctioneler inzetbaar zijn.
Omdat de kosten hoog kunnen oplopen (vooral door de benodigde voorbereidingstijd), kan het ook een overweging zijn slechts delen van het project uit te besteden. 'Losse' cameramensen en geluidstechnici bijvoorbeeld zijn relatief gemakkelijk en betaalbaar te vinden. Daar kleeft wel het risico aan met een slecht op elkaar ingespeeld team te moeten werken.

Het mooist is natuurlijk om alles van a tot z in eigen hand te regelen, of met de eigen audiovisuele dienst samen te werken. Dat vergt een forse leercurve en de bereidheid door schade en schande wijs te worden. Maar als er meer uitzendingen te verwachten zijn, kan het de investering zeker waard zijn.
De overweging uitbesteden/zelf doen, is naast een budgettaire kwestie vooral een risicoafweging. Hoe groot is het belang van een geslaagde uitzending?

Een tussenoplossing is nog om de eerste grotere projecten in samenwerking met een professionele partij te doen. Dat verkort de leerweg, als die partij tenminste bereid is een project werkelijk samen aan te pakken en je deelgenoot te maken van dit fraaie medium.

Bij veelvuldig gebruik kan het ten slotte ook interessant zijn eens te kijken naar geautomatiseerde systemen in vaste opstellingen. Er bestaan op afstand bedienbare camera's, en camera's die bewegende objecten automatisch volgen, om maar eens wat te noemen.

Voorbereiding

Deel 3: Voorbereiding

Organisatie

Er komt nogal wat kijken bij het opzetten van een streaming video uitzending; dat vraagt om tijdige en grondige voorbereiding. Omdat je voor een audiovisuele registratie erg afhankelijk bent van gebeurtenissen in de zaal, heb je naast registratie- ook met een aantal presentatieaspecten te maken; ook dus met uiteenlopende partijen buiten het eigen productieteam. In de voorbereiding zal je dat verschillende keren tegenkomen.

Waar van 'Productieteam' wordt gesproken, wordt het AV-team bedoeld dat de audiovisuele registratie gaat verzorgen.
De mensen die de bijeenkomst organiseren worden met 'Evenementorganisatie' aangeduid.

Werkplan

Het is aan te bevelen om vooraf een goed plan voor de werkwijze te hebben en aan te geven wat, wanneer, waar en door wie moet gebeuren. Ter ondersteuning hebben we een werkplan samengesteld dat in veel gevallen als vertrekpunt kan dienen. Uiteraard moet deze op ieder individueel project worden aangepast. Het plan is apart uit te printen en laat ruimte voor invulling van de taakverdeling.

Werkplan
print deze lijst
Wat Toelichting Wie Af
Drie weken vooraf      
Verantwoordelijkheden vastleggen 'Wie' invullen in deze en volgende lijst    
'Keuzes vooraf' maken 'Eigen Werkwijze' aangeven in rechterkolom    
Toestemming zaal regelen Zaal(beheerder) moet instemmen met registratie    
Toestemming betrokkenen regelen Sprekers/deelnemers vooraf inlichten    
Toestemming bronmateriaal regelen Rechten checken op sheets, filmpjes, muziek e.d.    
Zaal reserveren, incl. op- en afbouwtijd Via zaalbeheerder; ruime marges aanhouden    
Programma vaststellen Alle tijdig onderdelen helder krijgen    
Twee weken vooraf      
Programma beoordelen op a/v-gevolgen Welke voorzieningen nodig voor onderdelen    
Locatiebezoek met tests Zie ook onder 'Locatie'    
Registratiebenodigdheden inventariseren Wat is er nodig voor de registratie    
(Presentatiebenodigdheden inventariseren) (Wordt soms ook taak voor streaming team)    
Registratiebenodigdheden reserveren Bij a/v-dienst of verhuurbedrijf bijv.    
(Presentatiebenodigdheden reserveren) (Bij a/v-dienst of verhuurbedrijf bijv.)    
Productieteam samenstellen Benodigde mankracht regelen    
Tijden en taken productieteam afspreken Inzet vastleggen    
Een week vooraf      
Beschikbaarheid servers regelen Zowel web- als streaming server    
Presentatiepagina/weblink regelen Webpagina met videolink en programma    
Publiciteit regelen Aankondigen, via uiteenlopende media mogelijk    
Benodigde gegevens inventariseren Inlog-gegevens servers (en evt. CMS bijv.)    
Dag vooraf      
Alles nog een maal nalopen Final check voor alles en iedereen    
Spullen pakken Inpakken en veilig transporteren    

Mensen en voorzieningen

Vooraf moet worden bepaald wie welke (zaal-)voorzieningen regelt, wie waar verantwoordelijk voor is. Dan gaat het niet om details, maar algemeenheden als zaal, licht, audio, video en netwerk. Ter ondersteuning hebben we een checklist samengesteld die in veel gevallen als vertrekpunt kan dienen, en waarop contactgegevens kunnen worden ingevoerd. Noteer in een vroeg stadium de bereikbaarheidsgegevens van uiteenlopende contactpersonen (mobiele nummers!); je zult ze vaak nodig hebben. De lijst is apart uit te printen en bevat alleen de items die samenhangen met de selecties bij jouw 'Eigen Werkwijze'.

Checklist Mensen en voorzieningen

{afhankelijk van audio-, video- en distributieselectie}

print deze lijst
Wat Wie Telefoon E-mail
Eigen productieteam      
Productie      
Beeldregie      
Camera      
Audio      
Ondersteuning audio      
Codering/pc-techniek      
Licht      
Ondersteuning licht      
Derden      
Evenementorganisatie      
Ondersteuning evenementorganisatie      
Zaalbeheerder      
Audiotechnicus      
Lichttechnicus      
Netwerktechnicus      
Webserverbeheerder      
Streamserverbeheerder      

Locatie

Het is erg belangrijk de locatie vooraf te bezoeken, een opstelling uit te denken en in te schatten hoe er het best gewerkt kan worden. Een goede plattegrond is wenselijk, compleet met de zaalindeling die anderen bij deze bijeenkomst voor ogen staat. Meestal is overleg met de organisatie (van bijvoorbeeld de lezing of het evenement) nodig.
De meeste risico's van een streaming video registratie zijn af te vangen door vooraf domweg alles te testen. Als er beperkt tijd is, weet dan dat de grootste risico's bij audio (slecht signaal of bromgeluid) en netwerk (beperkte capaciteit of configuratieproblemen) liggen.

Ter ondersteuning hebben we een checklist samengesteld die in veel gevallen als vertrekpunt kan dienen. Het is handig om wat aantekeningen, misschien wat foto's en zeker wat schetsen te maken. De lijst is apart uit te printen en bevat alleen de items die samenhangen met de selecties bij jouw 'Eigen Werkwijze'.
Zie ook Zaalopstelling onder Opbouwen.

Checklist Locatie

{afhankelijk van audio-, video- en distributieselectie}

print deze lijst
Wat Toelichting
Opstelling  
Werkplek regie bepalen Goed zicht, voldoende ruimte, weinig hinder
Cameraplek(ken) bepalen Goed zicht, voldoende ruimte, weinig hinder, mooi beeld
Zicht- en communicatielijnen beoordelen Van camerabeeld en contact met beeldregie
Podiumopstelling nagaan en verbeteren Rustig beeld zonder storende elementen
Is portofoongebruik een optie? Eigenlijk alleen als regie buiten zaal zit
Vluchtwegen vrijhouden Komen er geen brandweervoorschriften in gevaar?
Licht  
Voldoende licht Om goed te kunnen belichten
Voldoende stelbaar Voor mooie uitlichting, zonder projectie te storen
Voldoende zaallicht Om ook publiekshots te kunnen maken
Zaalaudio  
Zaalmicrofoons nagaan en beoordelen Aantal, types en bruikbaarheid
Test: zaalmicrofoons Zuiver: geen brom, ruis, of storende bijgeluiden; goed niveau
Zaalmixer ingangen beoordelen Voldoende Mic- en Line-ingangen
Test: andere bronnen in zaalmixer Zuiver: geen brom, ruis, of storende bijgeluiden; goed niveau
Zaalmixer uitgangen beoordelen Goed configureerbare uitgang, eindmix liefst apart regelbaar
Test: uitgangssignaal zaalmixer Zuiver: geen brom, ruis, of storende bijgeluiden; goed niveau
Netwerk  
Netwerkaansluitingen op werkplek Voor videodata upload en voor terugkijken
Probleemloze netwerkconnectiviteit beoordelen Uploadcapaciteit en juiste configuratie
Test: werkbare configuratie voor MPEG-encoder Proefuitzending
Test: streamserver beschikbaar voor pc-encoder Proefuitzending
Overig  
Netspanning op werkplek regie  
Netspanning op cameraplek(ken)  
Kabellengtes bepalen Audio, video, netwerk, spanning en evt. licht
Beamer-signaal via scanconverter te leiden Signaalkabel onderbreken met scanconverter
Beamer-signaal naar monitor te leiden Signaalkabel onderbreken met splitter
Situatie voor publiek ook beoordelen Zaalversterking en projectie ok?

Spullen

Zeker bij meer-cameraregistraties is er flink wat apparatuur en kabelwerk nodig. Een goede paklijst is dan ook onontbeerlijk. Ter ondersteuning hebben we een paklijst samengesteld die in veel gevallen als vertrekpunt kan dienen. Uiteraard moet deze op ieder individueel project worden aangepast.

Veel van de genoemde apparatuur en kabelwerk wordt in het slotdeel van deze handleiding besproken. Vanuit de paklijst wordt regelmatig naar deze toelichting verwezen. Het is niet altijd eenvoudig de juiste camera en microfoon te kiezen en de spullen op een goede manier met elkaar te verbinden.

De lijst biedt ruimte voor toelichting (eigen keuze voor type apparaat of kabel bijvoorbeeld) en duiding van verantwoordelijkheid (voor aanwezigheid van de juiste spullen). De lijst is apart uit te printen en bevat alleen de spullen die samenhangen met de selecties bij jouw 'Eigen Werkwijze'.

Veel instellingen hebben een eigen audiovisuele dienst waar benodigde spullen te leen zijn. Anders zijn er talrijke verhuurbedrijven waar vaak wel tijdig gereserveerd moet worden. Voor werkzaamheden die worden uitbesteed, geldt meestal dat de uitvoerende partij zelf de voor die taken benodigde apparatuur meeneemt. Bij frequent gebruik (meer dan circa twintig keer), is eigen aanschaf van apparatuur te overwegen.
Het is in alle gevallen raadzaam van alle kabelwerk ook reservekabels mee te nemen.

Zie voor eventuele toelichting en keuzehulp: Audio / Video / Coderen en archiveren bij Apparatuur onder Extra.

Paklijst

{afhankelijk van audio-, video- en distributieselectie}

print deze lijst
Spullen Aantal   Wie Toelichting
Audio      
Reversmicrofoon      
Handmicrofoon      
Tafelmicrofoon      
Statiefmicrofoon      
Cameramicrofoon      
Andere audiobronnen      
Audiomixer      
Hoofdtelefoon      
Video      
DV-camera      
Videostatief      
Scanconverter      
VGA-splitter      
Pc-monitor      
Andere videobronnen      
Beeldmixer      
Preview-monitorenset      
Distributie      
MPEG-encoder      
Pc-encoder      
Back-up-recorder      
Videotape      
Kabelwerk      
Losse microfoon - Camera      
Camera(geluid) - MPEG-encoder      
Camera(geluid) - Pc-encoder      
Camera(geluid) - Recorder      
Camera(geluid) - Beeldmixer      
Losse microfoon - Beeldmixer      
Microfoon(s) - Audiomixer      
Andere audiobron(nen) - Audiomixer      
Camera(beeld) - MPEG-encoder      
Camera(beeld) - Pc-encoder      
Camera(beeld) - Recorder      
Camera(beeld) - Beeldmixer      
Scanconverter - Beeldmixer      
Monitorcamera - Beeldmixer      
Andere beeldbron(nen) - Beeldmixer      
Monitoren op beeldmixer      
Audiomixer - MPEG-encoder      
Audiomixer - Pc-encoder      
Audiomixer - Recorder      
Audiomixer - Beeldmixer      
Beeldmixer (audio) - MPEG-encoder      
Beeldmixer (audio) - Pc-encoder      
Beeldmixer (audio) - Recorder      
Beeldmixer (beeld) - MPEG-encoder      
Beeldmixer (beeld) - Pc-encoder      
Beeldmixer (beeld) - Recorder      
Recorder (audio) - MPEG-encoder      
Recorder (audio) - Pc-encoder      
Recorder (beeld) - MPEG-encoder      
Recorder (beeld) - Pc-encoder      
MPEG-encoder - Netwerk      
Pc-encoder - Netwerk      
Beamer - Scanconverter      
Beamer - VGA-splitter      
VGA-splitter - Monitor      
Overig      
Portofoonset met headsets      
Laptop      
USB-stick      
Transportvoorziening      
Zaal      
Werkplek beeldregie      
Tafel beeldregie      
Netspanning beeldregie      
Netwerkaansluiting encoder      
Netwerkaansluiting laptop      
Staplek camera      
Netspanning camera      

Productieteam

Uiteraard probeer je de klus met zo min mogelijk mensen te klaren; vooral door met mensen te werken die veel dingen tegelijk kunnen doen en dus over de grenzen van hun eventuele eigen discipline heen kunnen kijken. Zodra je met meer camera's gaat werken en/of het eindresultaat een professionelere uitstraling moet hebben, zal je met een team moeten gaan werken. Hieronder volgen wat rollen en eventuele combinatiesuggesties. Het is belangrijk goed in te schatten hoeveel mensen er nodig zijn, wat ze moeten kunnen en om hun inzet tijdig te regelen.

De leden van zo'n productieteam moeten van elkaar op aan kunnen, op elkaar anticiperen, waar nodig elkaar ondersteunen, en dus goed met elkaar kunnen communiceren. Liefst zijn het mensen die vaker met elkaar samenwerken. Veelal is vooroverleg met het complete team nodig; op z'n minst een programmadoorloop, zodat iedereen weet wanneer hem wat te wachten staat. Een heldere taakverdeling en een setje basisafspraken bevorderen de samenwerking. Je kan een cameraman als vertrekpunt bijvooorbeeld een bepaald deel van het podium toewijzen, een bepaalde persoon laten volgen, een bepaalde kadrering aan laten houden (net wat voor het programma en bij de gekozen camerastandpunten nodig is); zolang er geen andere instructie van de beeldregie komt, is dat dan het uitgangspunt.
Voor communicatie tijdens het event kan een portofoonset handig zijn (met headsets).

Beeld

Om te beginnen zijn er cameramensen nodig; idealiter één per camera, maar soms volstaat een onbemand wideshot, of een half bediende camera (door bijvoorbeeld de stream-technicus of geluidsman).
Een beeldregisseur stuurt hen aan en kiest de juiste beelden. Hij moet zich volledig op de beeldmixage kunnen richten en liever dus weinig/geen neventaken hebben.

Audio

Als audio zelf geregeld wordt, is een geluidsman nodig om een goede mix met juiste instellingen te maken. Het hangt van de situatie af of dit een neventaak kan zijn.
Soms zijn geluidsassistenten voor microfoonbediening wenselijk, bijvoorbeeld voor het op- en afspelden van dasspeldmicrofoons, en voor bediening van handmicrofoons of hengels om bijvoorbeeld vragen uit de zaal mee te kunnen pakken, et cetera.

Codeertechniek

Voor de codering is een stream-technicus nodig die slechts bij vlagen erg druk heeft. Meestal kan hij ook de netwerktechnologie en archivering voor zijn rekening nemen. Op de momenten dat alles eenmaal loopt, kan hij ook nog af-en-toe een camera bedienen.

Licht

In sommige gevallen is een complete lichtregie nodig. Meestal volstaat echter een basisinstelling met een aantal lampen in vast opstelling.
Soms zijn licht-assistenten nodig voor live bediening van volgspots of het schakelen tussen presets.

Productie

Soms is een aparte regisseur en/of producer wenselijk; meestal volstaat echter coördinerende rol van beeldregisseur en/of stream-technicus.

Servers

 
demo serversserversVoor videoweergave via internet zijn over het algemeen twee servers nodig: een webserver met de webpagina die een link naar de videodata presenteert (die de videodata aanroept), en een streaming server die de videodata naar de ontvanger stuurt (die de videodata doet 'stromen').
Op beide servers is enige voorbereiding nodig, afhankelijk van het type uitzending; dat wordt hierna besproken.
 

Live via MPEG-encoder

{afhankelijk van distributieselectie:} Er moet een zogeheten live account op de streaming server (en meestal tegelijk een uitleen-encoder) worden aangevraagd. Dat kan middels het Aanvraagformulier live streaming van de SURFnet-TV dienst. Geef hierop aan dat het om een 'Multiformat uitzending' gaat en dat je de uitleen-encoder wilt gebruiken.

De serverbeheerders hebben naast gegevens van de aanvrager een vrijwaringsverklaring nodig (om verantwoordelijkheid voor de inhoud af te wenden), en gegevens van de uitzending. Na afronding van het invulwerk, ontvang je een bevestiging en verzoek om de volgende aanvullende technische informatie:

  • IP-nummers (statisch IP-adres, subnet mask en gateway adres).
  • Firewall settings (poorten UDP 5005 en TCP 80 moeten voor inkomend en uitgaand verkeer openstaan).
  • Type videokabel (S-video of Composiet).
  • Tijdstip voor test (minimaal een werkdag voor uitzending, tijdens werktijden).

Voor de eerste twee items zul je de lokale netwerkbeheerder moeten raadplegen. Het is belangrijk dat hij jouw encoder een vast IP-adres kan toewijzen; als dat lukt, kan hij je ook de andere IP-nummers doorgaans zo noemen. Verder zijn de meeste lokale netwerken beveiligd met een firewall die netwerkverkeer maar beperkt doorlaat. Je zult moeten vragen om verkeer via de twee genoemde poorten vrij te geven; dat vergt doorgaans een aanpassing in de configuratie.

Van de serverbeheerders ontvang je een bevestiging en een URL die je kunt gebruiken om de webcast toegankelijk te maken.

De uitzending wordt via SURFnet-TV aangekondigd, maar je kan die videolink ook gebruiken in een eigen presentatiepagina.

Live via pc-encoder

{afhankelijk van distributieselectie:} Er moet een zogeheten mountpoint, een publicatiepunt op de streaming server worden aangevraagd. Dat kan middels het Aanvraagformulier live streaming van de SURFnet-TV dienst. Geef hierop aan dat het om een Windows Media uitzending gaat en dat je over een eigen encoder beschikt.

De serverbeheerders hebben naast gegevens van de aanvrager een vrijwaringsverklaring nodig (om verantwoordelijkheid voor de inhoud af te wenden), en  gegevens van de uitzending. Na afronding van het invulwerk, ontvang je een bevestiging en een URL die je kunt gebruiken om de webcast toegankelijk te maken.

De uitzending wordt via SURFnet-TV aangekondigd, maar je kan die videolink ook gebruiken in een eigen presentatiepagina.

On demand

{afhankelijk van distributieselectie:} Er is toegang tot de beheeromgeving van de SURFnet Videotheek vereist. De meeste instellingen hebben een 'sectiebeheerder' die een account voor je aan kan maken. Als de sectiebeheerder jou niet bekend is, kan je daar naar informeren via het Vragenformulier op het SURFnet Video Portal.

Aan de beheerkant van de videotheek, kan je videobestanden in uiteenlopende formaten uploaden naar de streaming server. Je kan ze van meta-data voorzien (voor betere vindbaarheid) en zelfs nog bewerken (bijsnijden met de Virtuele Snijmachine) en transcoderen naar andere bestandsformaten. Je kunt bovendien bepalen dat videomateriaal alleen op computers binnen bepaalde doelgroepen (netwerksegmenten) kan worden afgespeeld.
De videoregistraties zijn aan de gebruikerskant van de videotheek eenvoudig te vinden (met blader- en zoekfuncties). Maar je kunt de URL's natuurlijk ook in een eigen presentatiepagina opnemen.

Presentatiepagina

Een aparte presentatiepagina biedt de mogelijkheid eigen kleur te geven aan de weergave van de videoregistratie. Bovendien is aanvullende informatie te geven (over de spreker bijvoorbeeld, met verwijzing naar een online versie van zijn sheets wellicht, of over uitzendtijden in geval van een live uitzending).

Zo'n pagina moet vooraf worden gebouwd; dat vereist toegang tot de webserver. Als er geen aparte webmaster is die dit regelt, heb je FTP-gegevens en een HTML-programma nodig, of bijvoorbeeld inloggegevens van het CMS.
Bij live uitzendingen is het prettig zelf toegang tot de presentatiepagina te hebben. Bij eventuele problemen of programmawijzigingen, kun je die dan kenbaar maken (zodat je kijkers niet in verwarring achterlaat). Bovendien kan je achteraf de niet langer relevante live link snel verwijderen.

In de presentatiepagina komt natuurlijk de link naar het videomateriaal te staan. Bij uitzendingen in meerdere formaten is een toelichting op de opties wenselijk (en informatie over benodigde players).
Met Windows Media is er nog de mogelijkheid de player in de pagina op te nemen. Dat toont sjiek, en allerlei afleidende informatie in het normale player-venster komt te vervallen.
De zogeheten 'embedded player' kent uiteenlopende configuratiemogelijkheden, maar is in CMS-content meestal niet te realiseren.

Meer informatie
Embedded Media HTML Generator
Een site die aan de hand van een invuloefening de HTML-broncode voor een embedded player genereert.

Aankondigen

{afhankelijk van distributieselectie:} Met name live uitzendingen verdienen het om ruim van tevoren te worden aangekondigd. Het is jammer als er nauwelijks gekeken wordt naar het resultaat van je inspanning. Alle reclamemiddelen om publiek te krijgen moeten dus worden aangegrepen.
Aankondigingen zullen sowieso op webpagina's komen te staan (op z'n minst rond de presentatiepagina), maar denk ook aan digitale en papieren nieuwsbrieven, gerichte e-mailattendering, prikborden, webforums e.d. Geef in alle gevallen de link naar de presentatiepagina aan en de te verwachten uitzendtijden. Overweeg ook aan te geven welke hard- en software wenselijk is.

Het is aan te bevelen om in alle aankondigingen niet zozeer de live link op te geven, maar een link naar de presentatiepagina (waar de live link inzit). Als dingen anders lopen dan gedacht, hoeft de live link maar op één plaats te worden aangepast, en is er nog de mogelijkheid wijzigingen of haperingen kenbaar te maken.

Verder kan je betrokkenen, vooral de mensen die in beeld komen, nog eens voorbereiden op de uitzending. Zij willen doorgaans graag weten waar en hoe de uitzending te bekijken is. Soms moeten zij bepaalde voorbereidingen treffen die juist met de videoregistratie verband houden. Als je kledingvoorschriften door wilt geven, is het handig om kleding met lijnpatronen af te raden; door interferentie kunnen namelijk wonderlijk bewegende golfpatronen (moiré-effect) ontstaan.

Opbouwen

Deel 4: Opbouwen

Zaalopstelling

Meestal bestaat de zaalopstelling uit een podium, enkele zitvakken met stoelen voor publiek, wat loopruimte, en als je geluk hebt wat werkruimte. Voor camera's, maar vooral voor de regiewerkplek moet voldoende ruimte op gunstige plaatsen worden vrijgemaakt. Vaak moet je vooraf enkele publieksstoelen verwijderen of 'reserveren'.

Regie

Vanuit de regie heb je bij voorkeur goed zicht op het podium (of anderszins de plek 'waar het gebeurt') en de zaal (het publiek en eventuele andere plekken waar ook 'iets gebeurt'). Andersom moet de plek zo gekozen worden dat het publiek zo min mogelijk hinder en afleiding ondervindt.
Het goede overzicht is vooral belangrijk bij meer-cameraregistraties om als beeldregisseur te kunnen anticiperen op dingen die staan te gebeuren. Dat is van belang voor zinvolle aansturing van de cameramensen en voor juiste timing van het mixmoment.

Idealiter zit de regie in een eigen ruimte achter glas; dan kan de beeldregisseur instructies door de portofoon roepen zonder het publiek te storen. In andere gevallen moet visuele communicatie met de cameramensen mogelijk zijn; je moet het dan volledig van gebaren en blikken hebben.

Op de werkplek moet een riante tafel komen waar alle apparatuur op en onder past. Met name mengtafels en monitoren nemen vaak veel ruimte in.
Als de tafel erg in het zicht staat, is het aardig deze van een 'rok' te voorzien als alles eenmaal staat. Vooral door de forse kabelkluwen 'weg te kleden', ziet het er al een stuk rustiger uit.

Camera

Voor de cameraplaatsing geldt dat er voldoende werkruimte moet zijn met goede zichtlijnen. Gewoonlijk stáát de cameraman en moet hij bij wijze van spreken een rondje om zijn statief heen kunnen lopen, om beelden in verschillende richtingen te kunnen maken. Idealiter heeft hij ook goed zicht op de beeldregie, omdat veel communicatie visueel zal plaatsvinden. Het aanwezige publiek wil ook graag goed zicht op het podium, zodat er vaak een compromis moet worden gezocht.

Probeer in te schatten waar en hoe de hoofdonderwerpen zich bewegen; of deze dan niet alsmaar 'langs de camera heenkijken' of er zelfs van wegkijken; en of er niet al te veel storende elementen in beeld komen vanuit de gekozen camerapositie.

Podium

Meestal vindt de eigenlijke happening op een podium plaats. De indeling daarvan is nauw verbonden met de camerapositionering. Let vooral op storende lijnen of objecten in de achtergrond.
Voor sprekers met sheets geldt over het algemeen dat er een sterke voorkeursopstelling is, met vanuit de zaal gezien de spreker links op het podium en de schermpresentatie in het midden of rechts. Dat is voor het camerabeeld, maar ook voor de zaal prettiger.
Overigens is de podiumopstelling vaak een compromis, waarin het beeld voor de zaal gewoonlijk zwaarder weegt dan het beeld voor de camera. Diverse elementen worden in videobeeld echter eerder en sterker als storend ervaren dan in de zaal zelf.

Licht

Waar mogelijk moet er aan de verlichting worden gesleuteld. Alles wat in beeld moet komen, verdient een mooie uitlichting. Op bestaande podia is dat meestal goed te regelen. Als je ook zaalshots nodig hebt, zal ook daar enig zaallicht aan moeten staan; dat mag andersom de beamer-projectie niet te veel verstoren.

Het kan nodig zijn extra lampen op statief in de zaal te plaatsen, maar dit worden algauw wankele en gevaarlijk hete installaties. Bovendien is het lang niet altijd makkelijk ze netjes buiten beeld te houden.

Audio

Voor het opbouwen van de audiovoorzieningen hebben we een opbouwplan samengesteld dat in verschillende situaties als vertrekpunt kan dienen. Uiteraard moet de werkwijze voor ieder individueel project worden aangepast.
Het opbouwplan is apart uit te printen en toegespitst op de selecties bij jouw 'Eigen Werkwijze'; de opbouwschets wordt door een bug in Firefox helaas niet compleet afgedrukt in die browser.
Zie voor toelichting op apparatuur, kabels en connectoren: Audio bij Apparatuur en Audio bij Verbindingen onder Extra.

Opbouwplan Audio

{Opbouwplan, afhankelijk van distributie-, audio- en videoselectie}

print dit plan

Losse microfoon op camera aansluiten
Bij eenvoudige comsumentencamera's moet je de microfoon via een miniJack-ingang aansluiten. Bij de betere camera's kan dat via een (gebalanceerde) XLR-aansluiting.
Camerageluid op MPEG-encoder aansluiten
Meestal heeft de camera dubbele Tulp-uitgangen (voor het linker- en rechterkanaal); die moet je verbinden met de (stereo-)miniJack-ingang van de encoder.
Camerageluid op pc-encoder aansluiten
Dat kan via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid tegelijk de encoder binnen geleid. Of via een audiokabel (analoog): meestal heeft de camera dubbele Tulp-uitgangen (voor het linker- en rechterkanaal); die moet je verbinden met de dubbele Tulp- of (stereo-)miniJack-ingang op de geluidskaart van de encoder.
Camerageluid op back-up-recorder aansluiten
Dat kan via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid tegelijk de recorder binnen geleid. Of via een audiokabel (analoog): meestal heeft de camera dubbele Tulp-uitgangen (voor het linker- en rechterkanaal); die moet je verbinden met de dubbele Tulp-ingangen van de recorder.
Camerageluid op beeldmixer aansluiten
Dat kan soms via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid tegelijk de beeldmixer binnen geleid. Maar vaker via een audiokabel (analoog): meestal heeft de camera dubbele Tulp-uitgangen (voor het linker- en rechterkanaal); die moet je verbinden met de dubbele Tulp-ingangen van de beeldmixer.
Losse microfoon op beeldmixer aansluiten
Meestal heeft de microfoon een (gebalanceerde) XLR-aansluiting; die moet je verbinden met de XLR- of Jack-ingang van de beeldmixer.
Audio van pc-projectie op beeldmixer aansluiten
Voor de registratie van eventueel geluid bij de zaalprojectie, kan je de presentatie-pc verbinden met de beeldmixer. De dubbele Tulp- of (stereo-)miniJack-uitgang van de computer moet je verbinden met dubbele Jack- of Tulp-ingangen van de beeldmixer.
 
Zaalaudiomixer op MPEG-encoder aansluiten
Meestal heeft de zaalaudiomixer dubbele (gebalanceerde) XLR- of Jack-uitgangen; die moet je verbinden met de (stereo-)miniJack-ingang van de encoder.
Nota bene: soms moet je het met een enkele mono-lijn stellen; dan is het zinvol die te splitten, zodat je het toch op twee kanalen binnenkrijgt.
Zaalaudiomixer op pc-encoder aansluiten
Meestal heeft de zaalaudiomixer dubbele (gebalanceerde) XLR- of Jack-uitgangen; die moet je verbinden met de dubbele Tulp- of (stereo-)miniJack-ingang op de geluidskaart van de encoder.
Nota bene: soms moet je het met een enkele mono-lijn stellen; dan is het zinvol die te splitten, zodat je het toch op twee kanalen binnenkrijgt.
Zaalaudiomixer op beeldmixer aansluiten
Meestal heeft de zaalaudiomixer dubbele (gebalanceerde) XLR- of Jack-uitgangen; die moet je verbinden met de dubbele Jack- of Tulp-ingangen van de beeldmixer.
Nota bene: soms moet je het met een enkele mono-lijn stellen; dan is het zinvol die te splitten, zodat je het toch op twee kanalen binnenkrijgt.
Zaalaudiomixer op back-up-recorder aansluiten
Meestal heeft de zaalaudiomixer dubbele (gebalanceerde) XLR- of Jack-uitgangen; die moet je verbinden met de dubbele Tulp-ingangen van de recorder.
Nota bene: soms moet je het met een enkele mono-lijn stellen; dan is het zinvol die te splitten, zodat je het toch op twee kanalen binnenkrijgt.
 
Bekabelde microfoons op audiomixer aansluiten
Meestal moet je hier XLR-aansluitingen voor gebruiken.
Nota bene: sommige microfoons hebben fantoomvoeding (phantom power) nodig, die via dezelfde kabel geleverd kan worden; op de meeste audiomixers zit een schakelbare voorziening om die spanning op de Mic-aansluitingen te zetten.
Draadloze microfoons op audiomixer aansluiten
Iedere draadloze microfoon moet een eigen ontvanger hebben met een unieke (instelbare) frequentie. De ontvangers zelf moeten natuurlijk wel met kabels op de audiomixer worden aangesloten. Meestal gebeurt dat met Jack-aansluitingen (gebalanceerde mono Jack), soms met XLR.
Nota bene: De meeste ontvangers sturen een signaal op Line-niveau uit (wat afwijkt van het Mic-niveau); ze moeten dan ook op een Line-ingang (soms schakelbaar) worden aangesloten.
Andere bronnen op audiomixer aansluiten
Laptops, cd-, dvd-spelers e.d. hebben meestal dubbele Tulp-uitgangen, soms een (stereo-)miniJack-uitgang. Je moet ze verbinden met Line-ingangen van de audiomixer, die soms in dubbel Tulp, maar meestal in dubbel Jack (gebalanceerd) zijn uitgevoerd.
Audio van pc-projectie op audiodmixer aansluiten
Voor de registratie van eventueel geluid bij de zaalprojectie, kan je de presentatie-pc verbinden met de audiomixer. De dubbele Tulp- of (stereo-)miniJack-uitgang van de computer moet je verbinden met dubbele Jack- of Tulp-ingangen van de beeldmixer.
Audiomixer op MPEG-encoder aansluiten
Meestal heeft de audiomixer dubbele (gebalanceerde) XLR- of Jack-uitgangen; die moet je verbinden met de (stereo-)miniJack-ingang van de encoder.
Audiomixer op pc-encoder aansluiten
Meestal heeft de audiomixer dubbele (gebalanceerde) XLR- of Jack-uitgangen; die moet je verbinden met de dubbele Tulp- of (stereo-)miniJack-ingang op de geluidskaart van de encoder.
Audiomixer op beeldmixer aansluiten
Meestal heeft de audiomixer dubbele (gebalanceerde) XLR- of Jack-uitgangen; die moet je verbinden met de dubbele Jack- of Tulp-ingangen van de beeldmixer.
Audiomixer op back-up-recorder aansluiten
Meestal heeft de audiomixer dubbele (gebalanceerde) XLR- of Jack-uitgangen; die moet je verbinden met de dubbele Tulp-ingangen van de recorder.
 
Audio van beeldmixer op MPEG-encoder aansluiten
Meestal heeft de beeldmixer dubbele Tulp-, soms dubbele Jack-uitgangen (voor het linker- en rechterkanaal); die moet je verbinden met de (stereo-)miniJack-ingang van de encoder.
Audio van beeldmixer op pc-encoder aansluiten
Dat kan soms via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid tegelijk de encoder binnen geleid. Maar vaker via een audiokabel (analoog): meestal heeft de beeldmixer dubbele Tulp-, soms dubbele Jack-uitgangen (voor het linker- en rechterkanaal); die moet je verbinden met de dubbele Tulp- of (stereo-)miniJack-ingang op de geluidskaart van de encoder.
 
Audio beeldmixer op back-up-recorder aansluiten
Dat kan soms via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid tegelijk de recorder binnen geleid. Maar vaker via een audiokabel (analoog): meestal heeft de beeldmixer dubbele Tulp-, soms dubbele Jack-uitgangen (voor het linker- en rechterkanaal); die moet je verbinden met de dubbele Tulp-ingangen van de recorder.
Audio van back-up-recorder op MPEG-encoder aansluiten
Meestal heeft de recorder dubbele Tulp-uitgangen (voor het linker- en rechterkanaal); die moet je verbinden met de (stereo-)miniJack-ingang van de encoder.
Audio van back-up-recorder op pc-encoder aansluiten
Dat kan via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid tegelijk de encoder binnen geleid. Of via een audiokabel (analoog): meestal heeft de recorder dubbele Tulp-uitgangen (voor het linker- en rechterkanaal); die moet je verbinden met de dubbele Tulp- of (stereo-)miniJack-ingang op de geluidskaart van de encoder.

Video

Voor het opbouwen van de videovoorzieningen hebben we een opbouwplan samengesteld dat in verschillende situaties als vertrekpunt kan dienen. Uiteraard moet de werkwijze voor ieder individueel project worden aangepast.
Het opbouwplan is apart uit te printen en toegespitst op de selecties bij jouw 'Eigen Werkwijze'; de opbouwschets wordt door een bug in Firefox helaas niet compleet afgedrukt in die browser.
Zie voor toelichting op apparatuur, kabels en connectoren: Video bij Apparatuur en Video bij Verbindingen onder Extra.

Opbouwplan Video

{Opbouwplan, afhankelijk van distributie- en videoselectie}

print dit plan

Enkele camera op MPEG-encoder aansluiten
Meestal heeft de camera een Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang van de encoder.
Enkele camera op pc-encoder aansluiten
Dat kan via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid (cameramicrofoon) tegelijk de encoder binnen geleid. Of via een videokabel (analoog): meestal heeft de camera een Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang op de capture-kaart van de encoder.
Enkele camera op back-up-recorder aansluiten
Dat kan via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid (cameramicrofoon) tegelijk de recorder binnen geleid. Of via een videokabel (analoog): meestal heeft de camera een Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang van de recorder.
 
Camera('s) op beeldmixer aansluiten
Meestal hebben camera's een Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang van de beeldmixer. Bij sommige combinaties van camera en mixer kan dit ook via Component- of FireWire-aansluitingen.
Pc-projectie via scanconverter op beeldmixer aansluiten
De scanconverter koppel je tussen de pc en de beamer, door de VGA-kabel te 'onderbreken' (op de scanconverter aansluiten en doorlussen met een extra VGA-kabel). Soms zit je met DVI-aansluitingen en heb je verloopjes nodig. Het is handig om de scanconverter zodanig op te stellen, dat je deze vanuit de beeldregie met een afstandsbediening kunt instellen. Meestal hebben scanconverters een Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang van de beeldmixer.
Pc-projectie via monitorregistratie op beeldmixer aansluiten
Een VGA-splitter koppel je tussen de pc en de beamer, door de VGA-kabel te 'onderbreken' (op de splitter aansluiten en doorlussen met een extra VGA-kabel). Soms zit je met DVI-aansluitingen en heb je verloopjes nodig. Vanuit de splitter moet een VGA-kabel naar een extra monitor waarop je het beamer-beeld eveneens weergeeft. Dit LCD-scherm moet je in een donker en rustig hoekje plaatsen. De statiefcamera die dit beeld gaat registreren, moet loodrecht op het scherm staan, zodat het beeld onvervormd en goed gekadreerd kan worden vastgelegd. Op een beeld met gemiddelde dekking moet je de belichting en scherpte nauwkeurig en handmatig instellen. Meestal heeft de registratiecameraeen Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang van de beeldmixer.
Andere bronnen op beeldmixer aansluiten
Meestal hebben andere beeldbronnen als dvd-spelers een Composiet- en/of S-video-uitgang (soms via een Scart-verloopje); die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang van de beeldmixer. Bij sommige combinaties van beeldbron en mixer kan dit ook via Component- of FireWire-aansluitingen.
Monitoren aansluiten op beeldmixer
Bij de meeste ingangskanalen van beeldmixers zit ook een uitgang voor een preview-monitor; doorgaans via een Composiet-aansluiting. Anders moet je het signaal eerst 'door de monitor leiden' en van daaruit alsnog naar de mixer-ingang; de monitor moet dan wel een loop-through functie hebben. Een andere oplossing die je tegen kan komen, is een beeldmixer met een zogeheten quad-view uitgang; deze vierendeelt het monitorbeeld en geeft daarin de vier kanalen previews weer. Er bestaan overigens ook speciale quad-view-monitoren die zo'n truc leveren; maar daar moet je dan met vier Composiet-kabels de preview-signalen apart op aansluiten. Verder is een monitor met de eindmix wenselijk. Dat kan in veel situaties worden opgelost met weergave op de pc-encoder of een LCD-scherm van de back-up-recorder.
Beeldmixer op MPEG-encoder aansluiten
Meestal heeft de beeldmixer een Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang van de encoder.
Beeldmixer op pc-encoder aansluiten
Dat kan soms via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid tegelijk de encoder binnen geleid. Maar vaker via een videokabel (analoog): meestal heeft de mixer een Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang op de capture-kaart van de encoder.
Beeldmixer op back-up-recorder aansluiten
Dat kan soms via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid tegelijk de recorder binnen geleid. Maar vaker via een videokabel (analoog): meestal heeft de mixer een Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang van de recorder.
 
Back-up-recorder op MPEG-encoder aansluiten
Meestal heeft de recorder een Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang van de encoder.
Back-up-recorder op pc-encoder aansluiten
Dat kan via een FireWire-kabel (digitaal): dan worden beeld en geluid tegelijk de encoder binnen geleid. Of via een videokabel (analoog): meestal heeft de recorder een Composiet- en/of S-video-uitgang; die moet je verbinden met de Composiet- en/of S-video-ingang op de capture-kaart van de encoder.

Coderen en archiveren

Voor het opbouwen van de voorzieningen voor coderen en archiveren hebben we een opbouwplan samengesteld dat in verschillende situaties als vertrekpunt kan dienen. Uiteraard moet de werkwijze voor ieder individueel project worden aangepast.
Het opbouwplan is apart uit te printen en toegespitst op de selecties bij jouw 'Eigen Werkwijze'.
Zie voor toelichting op apparatuur: Coderen en archiveren bij Apparatuur onder Extra.

Opbouwplan Coderen en Archiveren

{Opbouwplan, afhankelijk van distributieselectie}

print dit plan
MPEG-encoder op netwerk aansluiten
De encoder moet je via netwerk-bekabeling (UTP) rechtstreeks aan het lokale netwerk koppelen. Als dit netwerk juist geconfigureerd is, kan de beheerder van de streaming server nu op afstand de configuratie van de encoder aanpassen, als dit nodig mocht blijken. Als alle vooraf doorgenomen gegevens kloppen echter, kan er nu meteen worden gestreamd.
Pc-encoder op netwerk aansluiten
De encoder moet je via netwerk-bekabeling (UTP) rechtstreeks aan het lokale netwerk koppelen, waarna je kunt controleren of je toegang tot internet hebt (door websites op te vragen bijvoorbeeld). Als het niet vanzelf werkt, moet je van de lokale netwerkbeheerder weten welke netwerksettings je aan moet houden. Meestal volstaat een 'automatisch toegewezen IP-nummer' (DHCP); anders moet je handmatig de gegevens invoeren die de netwerkbeheerder je kan verstrekken: een vast IP-nummer, het subnetmask, en de IP-nummers van de gateway en DNS.
Pc-encoder netwerk configureren
demo netwerkLAN-configuratie
  1. Kies Start > Configuratiemenu > Netwerkverbindingen en selecteer de LAN-verbinding die voor de gebruikte netwerkaansluiting geldt.
  2. Vraag de Eigenschappen op (rechtermuisklik-menu) en selecteer in het nieuwe venster het onderdeel Internet protocol (TCP/IP).
  3. Vraag ook hiervan de Eigenschappen op (knop) en kies dan voor Automatische IP-en DNS-adres toewijzing of voer de gegevens in die je van de lokale netwerkbeheerder hebt opgekregen.
  4. Bevestig twee maal en check opnieuw of internetverbinding mogelijk is.
  5. Schakel hulp in als de juiste configuratie niet blijkt te werken.
Pc-encoder Windows Media configureren
demo encoderenConfiguratie encoder
  1. Open de Windows Media Encoder; annuleer de eventuele Wizzard voor een Nieuwe Sessie.
  2. Bepaal in het vervolgscherm welke video- en audiobron je wilt gebruiken. Bij via FireWire aangesloten videobronnen, kies je doorgaans ook de FireWire-bron voor audio; bij een via de capture-kaart aangesloten videobron, loopt audio meestal via de geluidskaart van de pc.
  3. Soms is extra configuratie van de apparaten nodig (vooral bij capture-kaarten); dat kan via de Configureren-knoppen.
  4. In het vervolgvenster kies je voor de Push-techniek (pull wordt niet langer ondersteund).
  5. Daarna geef je het serveradres en publicatiepunt op waar je de videostroom heen wilt pushen; deze gegevens heb je ontvangen van de streaming server-beheerder.
  6. In het vervolgvenster bepaal je in hoge mate hoe de videostroom eruit komt te zien. Je kunt hier de bitrate, framerate, resolutie, audiokwaliteit e.d. definiëren. Je kunt hier een van de voorbeeld-settings als vertrekpunt kiezen en die later op je eigen wensen aanpassen.
  7. In het vervolgvenster kan je aangeven of en waar je een archiefbestand wilt aanmaken.
  8. Vervolgens zijn er wat inhoudelijke gegevens op te geven; handig is in ieder geval een titel en een datum.
  9. De codeersessie wordt nu geconfigureerd; je kan de settings opslaan zodat je ze later vlot kunt hergebruiken.
  10. De instellingen zijn aan te passen in het Eigenschappen-paneel. Het voert voor deze handleiding te ver alles langs te lopen. Belangrijk is in ieder geval het tabblad Compressie en achterliggende mogelijkheden. En op het tabblad Verwerken kan je 'Interlace ongedaan maken' aanvinken (de-interlacing).
  11. De 'uitzending' begint door op 'Coderen starten' te klikken.
Back-up-recorder aansluiten
Als audio- en videobronnen eenmaal zijn aangesloten, moet je betreffende ingangen vaak nog als bron selecteren. Dat is in ieder geval zo als je een recorder gebruikt die ook televisiesignalen kan opnemen, en als je een recorder gebruikt die meerdere ingangen heeft. Soms is de goede ingang alleen via een afstandbediening en/of menu te selecteren.
Verder moet je vooraf nagaan hoe een opname wordt gestart en beëindigd. Vooral harddisk-recorders vereisen vaak nog bevestiging van allerlei stappen. Er is dan een monitor nodig waarop je kunt zien wat er wanneer van je gevraagd wordt.

Testen

Als alles opgesteld en aangesloten is, wordt het spannend. Regelmatig blijken (vaak onverwachte) onderdelen van de streaming keten verkeerd of niet te functioneren. Die kans is uiteraard kleiner in een eenvoudige setup. Maar ook dan is een testprocedure nodig.

Je kan bij het eind beginnen: bij een live uitzending is de ultieme check of de uitzending daadwerkelijk op te vragen en te bekijken is. Als dat klopt, is de kans groot dat het eerder in de keten allemaal wel op orde is. Je zal echter ook de back-up-voorziening nog even moeten testen (stukje opnemen en terugkijken en -luisteren).

Voor de hand liggender is echter dat je de stappen van het opbouwplan stuk voor stuk langsloopt en checkt of beeld en geluid goed doorkomen.

Registreren

Deel 5: Registreren

Audio

'Goede audio' betekent helder en duidelijk 'verstaanbaar' geluid, ontdaan van zoveel mogelijk bijgeluiden. Daartoe zijn goede microfoons nodig, en juist gebruik van deze registratie-instrumenten; maar vooral ook de juiste niveau-instellingen in het verwerkingsproces van de audiosignalen. Niveau is alles waar het om draait bij geluidsregistratie. Niet te hard en niet te zacht, dat moet op ieder apparaat in de keten, van voor naar achter, nauwkeurig worden ingesteld. Dat begint bij de audiomixer, als er met meer microfoons of audiobronnen wordt gewerkt. En het eindigt bij de instelling van het opnameniveau op de uiteindelijke registratie-apparatuur.

Microfoontechniek

{Afhankelijk van audioselectie:} Er bestaan veel verschillende microfoons. Voor de meeste geldt echter dat we deze voor stemregistratie zo recht mogelijk voor de mond moeten houden, op een afstand van vijftien à twintig centimeter. Vooral het recht in de microfoon blijven praten is voor veel sprekers een probleem.

Een handmicrofoon beweegt mee met alle armbewegingen die de spreker maakt; meestal is het bovendien vermoeiend om de arm lange tijd zo te houden dat je werkelijk recht op de opname-as in blijft praten. Lastiger is, ook bij andere microfoontypes, dat de spreker gewoonlijk vaak zijn hoofd beweegt, terwijl de microfoon in de oude positie blijft staan. Zo even opzij pratend, blijft het voor de zaal meestal nog net verstaanbaar. Voor een opname luistert dat echter nauwer. Het niveau neemt behoorlijk af en de toon verandert: het geluid wordt doffer omdat de hogere frequenties meer richtingsgevoelig zijn dan de lagere.

Reversmicrofoons plaats je doorgaans op borsthoogte. Om te bepalen of het de linker of rechter flank moet worden, probeer je in te schatten naar welke kant de spreker zijn hoofd het meest zal afwenden. Hij zal naar het publiek, maar in interviews vooral ook naar de ondervrager kijken, in forumsituaties vaak naar de sessievoorzitter, en bij lezingen veelal naar het projectiescherm waarop zijn sheets worden vertoond. Bevestig de microfoon aan die afwendkant en richt hem goed naar de mond.
De belangrijkste problemen met reversmicrofoons zijn het wegzakken in een verkeerde richting en het schuren langs kledingstukken (dassen, boordjes en andere materialen). Schroom niet een spreker te onderbreken als de positionering niet blijkt te kloppen; het signaal van een slecht gerichte of rammelende microfoon is niet via de mengtafel te corrigeren.

Voor katheder-, tafel- en statiefmicrofoons geldt eveneens dat je behalve op de afstand vooral op de richting moet letten, en in moet schatten waar de spreker vooral heen zal kijken en spreken. Het blijft dan wel oppassen dat dergelijke microfoons niet hinderlijk in beeld komen te staan; dat maakt positionering niet altijd even makkelijk.
Per spreker (korte en lange mensen) moet de juiste richting worden aangepast.
 

Ploppen

Bepaalde klanken (blazende medeklinkers als p en b vooral) leveren bij sommige sprekers een naar ploppend geluid op. Dat is te voorkomen door de microfoon wat verder weg te plaatsen, of door juist net iets scheef op de opname-as te praten (zodat je er iets schuin onderdoor of overheen spreekt). Beide oplossingen kunnen de kwaliteit echter op een andere manier negatief beïnvloeden (kritisch luisteren). Handiger is het daarom een zogeheten 'plopkap' of 'plopscherm' te gebruiken, of de microfoon te vervangen door een exemplaar met ingebouwde plopkap.

Niveau

Elk geluidsapparaat heeft een beperkt dynamisch bereik. Aan de onderkant produceert het ruis, zodat het minimum geluidsniveau hard genoeg moet zijn om boven die ruis uit te komen. Aan de bovenkant treedt vervorming op, zodat het maximum geluidsniveau zacht genoeg moet blijven om ongestoord weergegeven te kunnen worden. Dit bereik is op geavanceerde apparaten uiteraard groter dan op de geluidskaart en speakerset van de gemiddelde computer, zodat het voor ons doel extra nauw luistert om een juist niveau bij de registratie te hanteren.

Meten

De meeste audioapparaten hebben een of andere meter om het niveau, het dynamisch bereik, weer te geven. Daarop gebeurt weinig als het signaal te zacht is, terwijl dingen in het rood schieten als het te hard wordt.
De 'ouderwetse' VU-meters, die met een naald het aantal volume units (VU) aangeven, meten het gemiddelde volumeniveau. Terwijl modernere LED-meters in decibellen (dB) vaak het piekniveau aangeven. Met LED'jes zie je dus niet zozeer hoe hard het signaal is, maar wel hoe hoog de pieken in het signaal zijn.

Op analoge apparatuur is de marge aan de bovenkant van het dynamisch bereik groter dan op digitale apparatuur, omdat vervorming minder storend is. Digitale vervorming (clipping), alle geluid boven het maximum van 0dB, is doorgaans niet om aan te horen. Bij softwarematige (digitale) meters houdt daarom de meetschaal eenvoudigweg op bij die grenswaarde (hard geluid clipt, blijft op 0dB steken). Meters op analoge apparatuur hebben gewoonlijk hierboven nog wat speelruimte, de zogeheten headroom voor tijdelijke pieken.

Instellen

Op vrijwel ieder registratieapparaat zit een knop of schuif om het niveau in te stellen. Voor analoge apparatuur moet het signaal regelmatig op de 0dB zitten en daar met pieken overheen gaan. Voor digitale apparatuur is een niveau-instelling tussen –10dB en –3dB wenselijk, met pieken die nooit boven de 0dB uit mogen komen.

Als er op de geluidskaart van de computer geen ingangsniveau is in te stellen, zit er dus weinig anders op dan het uitgangsniveau van het (meestal analoge) apparaat daarvoor onder de 0dB te houden; terwijl het ingangsniveau van een binnenkomende microfoon wel zo moet worden ingesteld dat de pieken hoger zijn.
Zolang je echter alleen met analoge apparaten te maken hebt, probeer je het signaal doorgaans zo zuiver mogelijk 1:1 door te sturen; 0dB moet overal in de keten 0dB blijven.

Mixagetechniek

{Afhankelijk van audioselectie:} Een audiomixer wordt gebruikt om audiosignalen te routeren, signaalniveaus (in- en uitgaand) in te stellen en de verschillende signalen in balans te brengen. Ze zijn er in vele soorten en maten, maar doen in basis allemaal hetzelfde. Ook de naamgeving voor dezelfde onderdelen, wil nog wel eens verschillen. Hieronder volgen de belangrijkste instelmogelijkheden met de meest voorkomende terminologie.

Er is een paneel met ingangen waarop we microfoons of andere geluidsbronnen kunnen aansluiten (die twee hebben een verschillend niveau en moeten daarom vaak in aparte ingangen worden geplugd; anders wordt met een schakelaar ingesteld of het om Mic- of Line-signaal moet gaan). Voor ieder 'kanaal' moet het juiste ingangsniveau worden ingesteld. Meestal kan dat met de trim-knop (ook wel level of sense genoemd) in de zogeheten solo-mode. Met faders (op eenvoudige mixers ook wel draaiknoppen) is vervolgens de onderlinge balans te bepalen, door de mate van versterking per kanaal in te stellen.
Verder tref je vaak een bonte reeks knopjes om bijvoorbeeld de klankkleur per kanaal te beïnvloeden (equalizing), of de links/rechts-balans aan te passen (panning).
Voor microfoonkanalen is er vaak nog een Low cut switch (ook wel High pass filter of laag-af filter genoemd) in te schakelen. Dit is voor spraak erg zinvol; door de lage frequenties (meestal onder de 75Hz) weg te filteren, houd je een helderder microfoongeluid over. Rommelende geluiden worden hierdoor minder storend weergegeven, terwijl we in de menselijke stem die lage frequenties doorgaans best kunnen missen.

Dan is er een paneel met uitgangen waarop het uitgangsniveau is in te stellen. Veel panelen hebben aparte regelbare uitgangen voor bijvoorbeeld de zaalinstallatie (speakers en versterker), een monitorinstallatie (idem voor bijvoorbeeld de regieruimte) en een hoofdtelefoon. Sommige mengtafels bieden nog uiteenlopende mogelijkheden om individuele kanalen naar aparte uitgangen door te schakelen; maar dat is voor ons doel alleen van belang als het aantal uitgangen tekortschiet.

Het is noodzakelijk om in de handleiding van de fabrikant na te gaan wat een juiste instelprocedure voor betreffende mixer is.
Meer informatie tref je ook in Audiomixer (in Audio bij Apparatuur onder Extra).

Luisteren

Helaas kunnen we er niet vanuit gaan dat een eenmaal ingestelde audiomixer voldoet voor de rest van de happening. Sprekers worden onderweg bijvoorbeeld moe of enthousiast, waardoor de dynamiek en klankkleur kan veranderen. Bovendien heb je meestal met wisselende sprekers te maken. Via de zaalversterking lijken de meeste verschillen minimaal. Voor de uitzending is echter belangrijk via een goed afsluitende hoofdtelefoon regelmatig kritisch te luisteren naar de kwaliteit van de geluidsregistratie. Zorg één is het registratieniveau (dat ook visueel controleerbaar is), maar ook een kleine aanpassing van de klankkleur kan soms een beduidend beter verstaanbaar geluid opleveren.

Video

'Goed beeld' betekent dat het onderwerp mooi uitgelicht moet zijn, dat de kleur en belichting kloppen, dat de scherpte (-diepte) in orde is, maar ook dat de kadrering, het standpunt en de compositie prettig ogen. Voor eventuele weergave van schermpresentaties, geldt natuurlijk dat deze zinvol en leesbaar moet zijn. Een voor het geheel wil je een fijne mixage die 'meebeleven op afstand' mogelijk maakt.

Dit vereist goede apparatuur en juist gebruik van deze instrumenten, maar ook het talent om mooi beeld te kunnen maken; om te kijken en te vertalen naar de kijker.
Naarmate je de techniek beter in de vingers hebt, is er meer ruimte om beter beeld en boeiender dynamiek te realiseren.

Voor streaming video is goed beeld extra belangrijk. Het moet helder, kleurrijk en scherp zijn om het beeld op een bruikbare manier te kunnen coderen. Slecht bronmateriaal levert meestal een vage 'modderstroom' op, waar maar weinig mensen naar blijven kijken.

Verlichting

Goed licht is essentieel voor mooi beeld. Om te beginnen, moet er voldoende licht zijn om een heldere opname te kunnen maken. Moderne semi-professionele camera's kunnen met heel weinig licht toe. De kleuren worden echter minder levendig, de scherpte neemt af en er komt ruis in het beeld. Hoewel het er op een monitor misschien nog acceptabel uitziet, zijn deze verschijnselen een ramp voor de encoder; ze zullen tot een troebele vlekkenstroom leiden.
Andersom kan er ook te veel licht zijn (meer licht is niet altijd beter). Dat kan tot lelijk uitgebeten partijen in het beeld leiden.

Als er eenmaal voldoende licht is, vormt de plaatsing en de balans tussen de verschillende bronnen het volgende aandachtspunt. Je bent geneigd naar de lichtreflecties te kijken, maar we beoordelen het eigenlijk vooral op de schaduwpartijen.

Verder kan de aard van het licht de sfeer en beeldkwaliteit beïnvloeden.
Zacht, diffuus (verstrooid) licht, levert zachte schaduwen op (lichter en minder strak begrensd). Dat is te bewerkstelligen met diffusors (kunststoffen die een licht verstrooiend effect hebben, in zogeheten softboxen bijvoorbeeld), met folies of door licht via bijvoorbeeld een wand, plafond of reflectiescherm te laten weerkaatsen (indirect licht).
Hard licht daarentegen schijnt direct op het onderwerp en levert harde schaduwen op. Met een zogeheten grid, een soort tralie-rooster in de bundel die het licht letterlijk breekt, is het hardste er wel weer af te halen. Bovendien is soms de scherpte van de bundel aan te passen.
Een te harde schaduw is te verzachten met een extra lamp (invullicht) of door er gereflecteerd licht op te laten vallen. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling alle schaduwen te verzwakken; we hebben de schaduwen hard nodig om vormen te kunnen zien.

Meestal moet je het echter met bestaand podium- en zaallicht doen en is het maar te hopen dat je wat mag sleutelen aan de richting en onderlinge balans. Let daarbij naast schaduwwerking ook op tintverschillen en beoordeel dat ook door de camera. Die is daar namelijk veel gevoeliger voor dan ons oog; en de encoder versterkt die minieme verschillen ook nog eens.

Cameratechniek

Aan een moderne camera is vaak veel meer in te stellen dan we gewoonlijk nodig hebben. De belangrijkste instellingen hebben met kleur en belichting te maken. In beide aspecten wijkt de cameraregistratie nogal af van de menselijke waarneming.
Verder is vooral de scherpstelling natuurlijk een belangrijk punt.

Kleur

Wanneer wij een vel wit papier van buiten (daglicht) mee naar binnen nemen en bij bijvoorbeeld gloeilicht bekijken, verandert er aan dat vel ogenschijnlijk weinig. Onze hersenen passen een kleurcorrectie op onze waarneming toe, waar camera's niet zomaar toe in staat zijn. Met aanpassing van de zogeheten witbalans proberen we om het verschil in kleurtemperatuur te overbruggen. Als de camera dat na zou laten, zal het witte vel buiten wat blauwig en bij de gloeilamp oranje-gelig worden vastgelegd. Studio-/halogeenverlichting zit daar tussenin; TL-verlichting wijkt meestal in groene richting af.

{Voorbeeldfoto's wit vel bij daglicht, gloeilicht, halogeenlicht, TL-licht, en met juiste witbalans}

Veel moderne camera's kunnen de benodigde correctie automatisch regelen; maar dat geeft meestal geen bevredigend en stabiel resultaat. Handmatig kan je soms met een zogeheten preset volstaan (voorinstelling op buiten of binnen bijvoorbeeld), of in stapjes de correctieschaal langslopen.
Beter is het echter om echt te 'witten' (wat in de videowereld een heus werkwoord is). Richt hiertoe de camera('s) op een wit vlak; plaats bijvoorbeeld een stuk wit karton op de plaats waar later het hoofdonderwerp van de registratie zal staan. Zoom in tot dit beeldvullend is en laat de camera hierop de juiste witbalans bepalen. Deze laatste handeling is alleen uit de camera handleiding te halen. Meestal is een 'witknop' afdoende; soms moet dit via het menu.

Zeker als er met meer camera's wordt gewerkt, is het zaak dit witten goed uit te voeren. Je wilt er immers zeker van zijn dat de kleuren van verschillende camerabeelden met elkaar overeenstemmen. Met een videomixer is dit extra goed te beoordelen door twee verschillende witbeelden om-en-om of samen in split screen te vertonen.

Het laat zich raden dat het voor camera's erg moeilijk is nog een kloppend kleurbeeld te maken als er verschillende lichtbronnen met afwijkende kleurtemperatuur worden gebruikt. Er is dan ook alle aanleiding om dergelijke situaties te vermijden. Probeer een deel van de verlichting uit te zetten, of bijvoorbeeld de ramen af te plakken. Pas als er daardoor te weinig licht overblijft en er geen lampen geplaatst kunnen worden, zit er weinig anders op dan te gaan experimenteren met verschillende witbalans-instellingen, om proefondervindelijk vast te stellen wat het meest acceptabele resultaat oplevert. Gelukkig zijn er ook voorbeelden waar de wat wonderlijke kleurweergave bij gemengd licht juist fraaie beelden heeft opgeleverd.

Belichting

Het menselijk oog kan enorme contrasten overbruggen en dan in zowel donkere als lichte partijen nog steeds allerlei details onderscheiden. Het bereik van de camera steekt daar mager bij af, zodat we altijd moeten letten op een belichting waarbij donkere partijen niet dichtlopen en lichte partijen niet uitbleken. Soms moet er gekozen worden, maar meestal is het verschil tussen licht en donker beperkt genoeg om (alleen bij een juiste belichting) goed geregistreerd te kunnen krijgen.

De juiste belichting wordt op de meeste camera's geregeld door verandering van het diafragma (iris). Door de lensopening te veranderen, valt er meer of minder licht op de beeldsensor, en wordt het opgenomen beeld dus lichter of donkerder.
De meeste camera's kunnen dit met behulp van een ingebouwde lichtmeter automatisch afhandelen, zolang het beeld circa 19% grijs bevat; dat is de gemiddelde waarde van 'alle beelden' en komt overeen met de indruk van een gemiddelde krantenpagina. Als er veel meer licht of donker in het beeld zit, raakt de lichtmeter in de war en moet er worden ingegrepen. Het handigst gaat dat met een zogeheten belichtingscorrectieknop (AE-shift, voor correcties op de auto exposure). Anders is het maar te hopen dat de belichting ook handmatig is in te stellen. Op deze punten kan alleen de camerahandleiding uitkomst bieden.

Handmatig belichten is in veel zaalopstellingen aan te raden. De verlichting is daar immers constant (anders dan buiten). Veranderingen in het beeld zouden dan niet tot automatische correcties moeten leiden, maar doen dat storend vaak wel.

Sommige camera's hebben nog andere mogelijkheden om op de belichting in te grijpen: gain en sluitertijd. Omdat ook deze opties deel uit kunnen maken van de belichtingsautomatiek, is het belangrijk ze vast te zetten als je handmatig wilt gaan belichten.
Gain is de digitale beeldversterking die vooral in donkere situaties van pas kan komen. Standaard moet deze op nul staan; hogere waarden veroorzaken algauw beeldruis (wat funest is voor de codeer techniek).
De sluitertijd behoort standaard op 1/50 seconde te staan, omdat wij nu eenmaal met 25 halve beelden per seconde registreren. Andere instellingen zullen in de meeste gevallen tot ongewenste effecten leiden.

Scherpstelling

De meeste camera's beschikken over een redelijk goede autofocus-voorziening (voor automatische scherpstelling). Een belangrijk nadeel is echter dat deze systemen er meestal vanuit gaan dat het hoofdonderwerp zich in het midden van het beeld bevindt. Omdat dit lang niet altijd het interessantste beeld oplevert, zit de sensor er vaak naast. Bovendien hebben we vaak met bewegende beelden te maken. Er is daardoor grote kans dat de scherpstelautomaat bijvoorbeeld afwisselend op de spreker en de achtergrond gaat scherpstellen. Dat geeft een ongewenst onrustig effect.
Meestal kiezen we onder gecontroleerde omstandigheden dus liever voor handmatig scherpstellen. Soms kan een knop nog helpen om tijdelijk even automatisch te focussen op een onderwerp dat net even midden in beeld staat.

Een belangrijk aspect van scherpte is de scherptediepte. Hoe kleiner het diafragma (groter getal juist, omdat het een verhouding uitdrukt), hoe groter het gebied is dat van voor tot achter scherp zal worden weergegeven. Met de belichting heb je daarom vaak tegelijk invloed op de scherptediepte. Voor het scherptedieptegebied geldt overigens altijd dat 1/3 ervan voor het scherptevlak ligt, en 2/3 erachter.

Overige instelling

Van de talrijke andere cameravoorzieningen, moet de beeldstabilisator nog genoemd worden, ook wel steady shot genoemd. Dit digitale foefje is bedoeld om trillingen in de camera bij het filmen uit de hand zo goed mogelijk te ondervangen; het corrigeert de kleine schokkende bewegingen.
Deze correctie kan onbedoelde effecten hebben bij mooie stabiele camerabewegingen vanaf statief. Omdat we voor streaming video áltijd vanaf statief werken, zal deze optie standaard uit moeten staan.

Zoek in de camerahandleiding ook eens naar: ND-filters (grijsfilter om in situaties met te veel licht toch nog juist te kunnen belichten), backlight- of spotlight-correctie op de belichtingsautomatiek (voor juiste belichting bij tegenlicht of spotlicht), en progressive scan (alleen zinvol als de camera via FireWire rechtstreeks op de pc wordt aangesloten, als er dus geen interlaced apparaten in de beeldketen zitten).

Beeldvoering

Voor mooi beeldmateriaal zijn we grotendeels afhankelijk van de cameramensen. Zij moeten, vaak ook in opdracht van de beeldregisseur, gebeurtenissen 'vangen' en de compositie bepalen.

Standpunt

Onder Opbouw is al het een en ander gezegd over de positionering van de camera's. Belangrijk is om op te letten hoe het hoofdonderwerp in het licht staat en of er geen storende elementen in beeld komen.
Een ander aspect van het camerastandpunt is hoe je tegen het onderwerp aankijkt. Iemand recht in de camera laten kijken, geeft een heel direct beeld (alsof de spreker zich rechtstreeks tot jou wendt); dat is heel anders dan een zijaanzicht.
Zo kan je tegen iemand opkijken door hem van onderaf te filmen, of hem minder belangrijk maken door er letterlijk een beetje op neer te kijken. Daarbij moeten onbedoelde effecten wel in de gaten worden gehouden. Het voelt niet prettig om in iemands neusgaten te kijken; onderkinnen leveren van onderaf zelden een mooi beeld op; en een kale kop wordt van bovenaf wel erg spiegelend benadrukt. Dat leidt de aandacht alleen maar af.

Uitsnede

Voor de uitsnede, de kadrering, bestaan verschillende kreten die veel beeldregisseurs hanteren.

LS Long shot Totaal Geeft een overzichtsbeeld
MS   Medium shot   Halftotaal   Geeft beeld van onderdeel uit het geheel  
CU Close up  Close-up Geeft een detail weer

Tussen deze drie in wordt ook wel het Narrow Long Shot (NLS) of Wide Medium Shot (WMS) genoemd en de Wide Close Up (WCU); en jawel, er bestaan indelingen met wel tien stapjes.

Verder is kadreren vaak de kunst van het weglaten; zorg dat je bedoeling duidelijk over het voetlicht komt en probeer afleidende zaken buiten beeld te houden. Tegelijk moet je vaak voldoende ruimte laten om bewegingen van het onderwerp op te vangen (zonder alsmaar mee te moeten draaien ) en om mensen 'ruimte' in hun kijkrichting te geven (zie Compositie hieronder).

Perspectief

Bij in- en uitzoomen verandert het perspectief in de opnamen. In telestand worden voor- en achtergrond steeds meer in elkaar gedrukt, het beeld wordt platter, terwijl groothoekopnamen meer diepte suggereren.

Ook met (on)scherpte is de perspectiefbeleving te beïnvloeden. Met een beperkte scherptediepte komt het hoofdonderwerp makkelijker los van de achtergrond; of er ontstaat juist diepte door onscherpe dingen op de voorgrond te hebben.

Zo heeft ook licht haar invloed. Een donkere achtergrond kan verder weg lijken. Tegenlicht helpt onderwerpen los te maken van de achtergrond. En met mist of heiigheid ontstaat een zogeheten sferisch perspectief.

Compositie

Voor het beoordelen van de compositie denken we vooral in lijnen, vormen en tinten. Er zijn wat basisregels te geven die als vertrekpunt kunnen dienen voor het maken van beelden die over het algemeen plezierig zijn om naar te kijken.

  • We ervaren een beeld als harmonisch als het hoofdonderwerp ligt op lijnen die het beeld in drieën delen (de zogeheten 'gulden snede').
  • Het is mooi als andere elementen in het beeld je oog vanzelf naar het hoofdonderwerp leiden.
  • Het hoofdonderwerp moet liefst contrasteren met de achtergrond, door toon of kleur.
  • Geometrische basisvormen doen het vaak goed (als je bijvoorbeeld een driehoek in het beeld herkent)
  • Onze ogen scannen over het algemeen beelden van linksonder diagonaal naar rechtsboven af; lijnen en dynamiek die daarbij aansluiten, helpen de ogen als het ware.
  • Beweging en kijkrichting moeten ook in de afbeelding de ruimte krijgen; iemand die naar links kijkt,  moet aan die kant ook wat loze ruimte hebben, en niet meteen tegen de rand geplakt zitten.

Pc-projectie

Pc-projectie via scanconverter

{Afhankelijk van videoselectie:} In wezen wordt het hoge resolutie-beeld van een pc via een scanconverter zodanig verkleind dat het wonderlijk is als we de informatie goed leesbaar krijgen. Meestal moet het van 1280 of 1024 breed naar 720 worden gedownscaled. We moeten daarom met zorg alle instellingen van het apparaat nalopen, om het beeld zo optimaal mogelijk te krijgen. Voor tekstbeelden geldt dat je daarbij in eerste instantie op de scherpte let.

De instellingen verschillen per apparaat nogal, zodat het noodzakelijk is de handleiding van de fabrikant na te lopen. De meeste instellingen moeten via een afstandbediening in een menu worden ingesteld. Om te beginnen moet er voor de PAL-resolutie worden gekozen, als dat schakelbaar is. Vaak is de positie van het beeld aan te passen; soms behoort inzoomen tot de mogelijkheden. Veel scanconverters leveren een riante zwarte rand om het beeld; die overscan-ruimte is nodig op televisiemonitoren die meestal een veel nauwer beeldkader hebben. Voor pc-monitoren hebben we het beeld liever kaderloos, maar dat is op lang niet alle scanconverters goed in te stellen.
Voor de meeste andere instellingen moet je domweg proberen wat het beste uitkomt. Veelal is er iets over de helderheid en het contrast te zeggen, en zijn er wat filters om de beeldkwaliteit te verbeteren.

Als er tussendoor van projectie-pc/laptop wordt gewisseld, is de kans groot dat je met name de positionering aan moet passen om weer een goed beeld te krijgen. Die kans is extra groot als de bronnen verschillende resoluties hebben.

Pc-projectie via monitorregistratie

{Afhankelijk van videoselectie:} Het filmen van een LCD-monitor betekent altijd enig kwaliteitsverlies. Dat beperk je zoveel mogelijk door de opstelling in een donkere omgeving te plaatsen en alle camera-settings handmatig in te stellen. Je kunt het best een monitor gebruiken met een native resolutie die overeenstemt met de instellingen van de pc; het bronbeeld is dan op z'n scherpst ('native' is de werkelijke resolutie waarvoor de monitor gemaakt is; andere resoluties kan de monitor alleen via een truc weergeven). Het beeld moet helder en contrastrijk worden ingesteld om tot goede resultaten te komen. Je moet domweg proberen met welke instellingen je het beste af bent. Van grote invloed zijn ook de kleurscheiding en lichtsterkte van de camera.

Tijdens de registratie moet je in de gaten houden of er niet per ongeluk tegen de opstelling wordt gestoten.

Als er tussendoor van pc/laptop wordt gewisseld, hoef je doorgaans niets aan te passen, zolang de monitor de aangeboden resolutie maar goed weer kan geven.

Mixagetechniek

{Afhankelijk van videoselectie:} Een videomixer wordt gebruikt om videosignalen te mixen. Dat kan met harde overgangen (hard-cut switch), met overvloeiers (cross-fades), of met allerlei effecten (wipes en effects). De beeldmixers zijn er in soorten en maten, maar doen in basis hetzelfde.

Gewoonlijk hebben ze twee, vier of acht ingangen, waar vaak maar weinig aan in te stellen is. Het eigenlijke mixen gebeurt doorgaans maar met twee van die bronnen; je moet vooraf selecteren welke dat worden.
Ook geluid leiden we door de beeldmixer, omdat de digitale beeldmixage vaak enige vertraging veroorzaakt. De beeldmixer zorgt dat audio en video toch weer synchroon naar buiten komen. Voor het overige is het audiogedeelte van videomixers doorgaans weinig bruikbaar.

Aan alle beeldsignalen moet een preview-monitor hangen (waarop het ongemixte camerabeeld wordt weergegeven), zodat je als beeldregisseur kan kiezen hoe en wanneer je de beste beelden voor kunt zetten. Bovendien biedt dat preview-beeld de mogelijkheid om cameramensen zinvol aan te sturen.

Kijken en kiezen, dat is waar het op aan komt. En daarbij moet je flink op de stoel van de kijker gaan zitten. Die mist het zicht op de ruimte, en heeft dus af-en-toe een overzichtsbeeld nodig om zich te oriënteren, en overgangen die hem meenemen. Dat is een hele kunst.
Om de kijker te helpen, kan het zinvol zijn de hoek tussen de verschillende cameralijnen klein te houden. Een belangrijk hulpmiddel is om met verschillende camera's aan een kant van de zogeheten 'as' te blijven. Dat is de denkbeeldige lijn die van het hoofdonderwerp uitgaat, gebaseerd op de communicatie- en kijkrichting. Heilig is dat niet; wel dat je je altijd moet afvragen of de kijker geen oriëntatieproblemen krijgt.

Het is noodzakelijk om in de handleiding van de fabrikant na te gaan wat een juiste bedieningsprocedure voor betreffende mixer is.
Meer informatie tref je ook in Beeldmixer (in Video bij Apparatuur onder Extra).

Selectie

Meestal zijn er twee knoppenrijen ('bussen') waarop we het videokanaal kunnen selecteren. Op de ene bus (vaak 'main source' of 'live' genoemd) staat het actieve beeld geselecteerd, terwijl je op de andere bus (vaak 'sub source' of 'next' genoemd) kunt aangeven welk van de bronnen bij de volgende mix/wipe actief wordt. Voor harde overgangen kan je vaak volstaan met schakelen binnen de actieve bus.
Op de preview-monitoren wordt via een soort stoplicht-lampje (tally light) vaak met rood aangegeven welke bron actief is; en met geel welke stand-by staat.

demo mixerVideo mixer

Beelden moeten met elkaar matchen, maar vooral ook met de gebeurtenis. Meestal wil je bijvoorbeeld wat je hoort ook in beeld hebben. Anders raak je als kijker makkelijk in verwarring.
Zo zal je bij sheets vaak de overgangen tussen sheets in beeld brengen, maar vooral ook op momenten dat de spreker er aan refereert. Er moet voldoende tijd zijn om de op dat moment benodigde informatie ook werkelijk op te kunnen nemen. Als beeldregisseur moet je goed contact hebben met je eigen kijkgedrag en dit kunnen vertalen naar logische beeldmixage.

Afwisseling

De kijker ervaart het gebruik van veel camerabewegingen doorgaans als onrustig, en heeft liever afwisseling in uitsneden. Ook daar is natuurlijk onderzoek naar gedaan, en dan blijkt dat we de volgende verhouding als prettig ervaren: 20% LS, 50% MS en 30% CU (zie Beeldvoering bij Video onder Registreren). Maar dat is natuurlijk niet meer dan een aardig vertrekpunt.
Zo geldt ook dat je twee gelijke uitsneden doorgaans niet direct op elkaar laat volgen. Maar ook daar wordt in de praktijk regelmatig van afgeweken.

Beeldovergangen

Gewoonlijk kies je voor harde beeldovergangen of cross-fades. Overgangen met effecten gaan snel vervelen en dreigen een poppenkast van je uitzending te maken. Spaarzaam gebruik is aan te bevelen.

Communicatie

Communicatie met de cameramensen is voor de beeldregisseur erg wenselijk. Als het even kan gebruik je daar portofoons met headsets voor. Je bekijkt het beeld en probeert met korte heldere instructies de gewenste aanpassingen te verkrijgen. Je kan ook vragen een bepaalde gebeurtenis vanuit de goede hoek in beeld te brengen. En belangrijkst is dat je alsmaar kunt laten weten welke camera actief is en welke dat gaat worden. Daarmee verklein je de kans op beeldmissers (zwiepende camera's op zoek naar een nieuw shot).
Om zo min mogelijk te hoeven praten, kan het zinvol zijn in een programmadoorloop vooraf wat uitgangspunten te formuleren voor de verschillende programmaonderdelen.

Coderen en archiveren

Om de happening uit te zenden en vast te leggen, gebruiken we een encoder en/of back-up-apparatuur. Als er tijdens het opbouwen uitvoerig werd getest, geldt rond de eigenlijke registratie dat er alleen nog maar tijdig gestart en gestopt hoeft te worden. Als er voldoende bandbreedte is, kan je op een laptop wellicht de live uitzending meekijken, om te blijven zien of het ook aan de server kant allemaal goed loopt.

MPEG-encoder

{Afhankelijk van distributieselectie:} Als de live uitzending via de MPEG-encoder eenmaal getest is, blijft die gewoonlijk doorlopen. Daar is verder niets meer aan te starten of stoppen; de uitzending houdt pas op als je de stekkers eruit trekt.
Omdat dit niet altijd wenselijk is, kan je overwegen het beeld op zwart te zetten en geluid 'weg te draaien' op momenten dat de uitzending niet relevant is. Het kan heel gênant zijn om allerlei overleg voor en na de happening via open microfoons te kunnen volgen.
Om kijkers niet het idee te geven dat er iets met hun computer is, kan je overwegen een pauzemuziekje of -filmpje op te zetten. Vooral het geluid is relevant. De kijker zet het volume niet te hard en hoort vanzelf wanneer er weer een live gebeurtenis te volgen is.

Live via pc-encoder

{Afhankelijk van distributieselectie:} Op de pc-encoder kan je zelf aangeven wanneer de live uitzending start en stopt. Als je niet tegelijk archiefbestanden maakt, kan je zolang je wilt blijven uitzenden.
Omdat dit niet altijd wenselijk is, kan je overwegen het beeld op zwart te zetten en geluid 'weg te draaien' op momenten dat de uitzending niet relevant is. Het kan heel gênant zijn om allerlei overleg voor en na de happening via open microfoons te kunnen volgen.
Om kijkers niet het idee te geven dat er iets met hun computer is, kan je overwegen een pauzemuziekje of filmpje op te zetten. Vooral het geluid is relevant. De kijker zet het volume niet te hard en hoort vanzelf wanneer er weer live gebeurtenissen te volgen zijn.

Live archiveren via pc-encoder

{Afhankelijk van distributieselectie:} Voor archivering heb je het liefst bestanden die compacte delen van het programma bevatten. Als er onderweg iets mis mocht gaan, blijft de schade (en eventueel herstelwerk) beperkt. Bovendien laten de kleinere bestanden zich sneller verwerken en nabewerken ('bijsnijden' bijvoorbeeld tot bestanden die je on demand wilt plaatsen). Videobestanden kunnen kolossaal en daarmee onhandelbaar worden.

Om archivering te beëindigen, moet je de live uitzending echter onderbreken. En eenmaal gestopt, kan je die niet onmiddellijk opnieuw opstarten (je moet wachten tot het archiefbestand veilig is weggeschreven, je zal een kopie willen maken, en je zult de settings moeten aanpassen om te voorkomen dat bij een nieuwe start het oude bestand wordt overschreven).

Het is kiezen tussen twee kwaden dus. In praktijk zal je waarschijnlijk alleen een echte pauze in het programma aangrijpen om de codering te onderbreken; en bijvoorbeeld een wisseling van de spreker niet.

Back-up

{Afhankelijk van distributieselectie:} De video-/dvd-/hdd-recorder hoeft, als het goed is (na tests tijdens de opbouw), alleen nog maar gestart en gestopt te worden, op momenten dat dit nodig is.  Dat kan ook voor tape-wisselingen zijn. Aan de hand van het programma moet je vooraf inschatten op welke momenten dat moet gebeuren. Niet zuinig doen met tape in die berekening, want meestal loopt een programma uit.
En nog zo'n kleine waarschuwing: als back-up draaien niet de hoofdactiviteit is, loopt de recorder een groot risico te worden vergeten...

Publiceren

Deel 6: Publiceren

Live uitzenden

{Afhankelijk van distributieselectie:} Werkzaamheden voor het toegankelijk maken van een live uitzending, zijn als het goed is in de voorbereiding al verricht. Via de SURFnet-TV site en/of via de 'eigen site', wordt een link aangeboden waarmee de video-datastroom wordt opgevraagd die de streaming server genereert. Je kan de link los aanbieden, of de player in een pagina opnemen (embedded player, zie ook Presentatiepagina bij Servers onder Voorbereiding). Zinvol is om hoe dan ook de te verwachten uitzendtijden aan te geven. En als het programma afwijkt, of als er dingen misgaan waardoor de uitzending (tijdelijk) niet mogelijk is, kan je de verwachtingsvolle kijker daar even van op de hoogte stellen.

Na afloop van de uitzending, moet de live link zo snel mogelijk uit de pagina worden verwijderd. Vaak kan je vlot de on demand bestanden beschikbaar maken; anders kan je ze wellicht aankondigen.

Back-up verwerken

{Afhankelijk van distributieselectie:} Materiaal van back-up-recorders (tape/dvd/harddisk) is relatief eenvoudig om te zetten naar videobestanden voor on demand presentatie. Lastiger wordt het om er echt mee te gaan monteren. Vroeg of laat wil je dat gaan doen, maar video editing is een vak apart waarvoor we naar andere bronnen moeten verwijzen; wel zullen we hier kort de werkwijze schetsen.

Achteraf coderen; de korte weg

Er is een mogelijkheid om back-up-materiaal direct vanuit de recorder te coderen en als Windows Media bestand weg te schrijven, volgens een procedure die aan live uitzendingen doet denken. De werkwijze is als volgt:

demo backupkortAchteraf coderen; de korte weg
  1. Sluit de back-up-recorder op de pc aan (via FireWire of een capture-kaart).
  2. Open de Windows Media Encoder; annuleer de eventuele Wizzard voor een Nieuwe Sessie.
  3. Bepaal in het vervolgscherm welke video- en audiobron je wilt gebruiken. Bij via FireWire aangesloten videobronnen, kies je doorgaans ook de FireWire-bron voor audio; bij een via de capture-kaart aangesloten videobron, loopt audio meestal via de geluidskaart van de pc.
  4. Soms is extra configuratie van de apparaten nodig (vooral bij capture-kaarten); dat kan via de Configureren-knoppen.
  5. Daarna geef je de naam en locatie (map aanwijzen) van het te creëren videobestand op.
  6. Bij distributie geef je vervolgens aan dat dit via een Windows Media Server (stroomsgewijs, via een streaming server) zal gebeuren.
  7. In het vervolgvenster bepaal je in hoge mate hoe de videostroom eruit komt te zien. Je kunt hier de bitrate, framerate, resolutie, audiokwaliteit e.d. definiëren. Je kunt hier een van de voorbeeld-settings als vertrekpunt kiezen en die later op je eigen wensen aanpassen.
  8. Vervolgens zijn er wat inhoudelijke gegevens op te geven; handig is in ieder geval een titel en een datum.
  9. De codeersessie wordt nu geconfigureerd; je kan de settings opslaan zodat je ze later vlot kunt hergebruiken.
  10. De instellingen zijn aan te passen in het Eigenschappen-paneel. Het voert voor deze handleiding te ver alles langs te lopen. Belangrijk is in ieder geval het tabblad Compressie en achterliggende mogelijkheden. En op het tabblad Verwerken kan je 'Interlace ongedaan maken' aanvinken (de-interlacing).
  11. Een via FireWire aangesloten apparaat is vervolgens via het apparatenpaneel te bedienen; zo kan je vanuit de encoder door de tape spoelen en een goede startplek voor de opname opzoeken.
  12. Het archiveren begint door op 'Coderen starten' te klikken; een via FireWire aangesloten apparaat gaat dan vanzelf lopen (play), een analoog apparaat zul je eerst zelf moeten laten lopen).
Achteraf coderen; de lange weg

Er is een omweg denkbaar die tot beduidend hogere kwaliteit leidt. Daartoe moet eerst een AVI-bestand van het videomateriaal worden gemaakt (capturen via FireWire of capture-kaart). De encoder kan nu in eigen tempo het AVI-bestand analyseren en coderen; dat levert een aanzienlijke verbetering op ten opzichte van hiervoor beschreven 'live codering'. Je kunt de encoder bovendien nog meer tijd geven door het bestand in twee fases te gaan coderen. In een eerste run wordt het materiaal geanalyseerd, en in de automatisch daarop volgende run wordt vervolgens veel preciezer gecodeerd, op basis van gegevens die in de eerste fase zijn verzameld. Zo'n dubbele codeer-slag levert de best haalbare kwaliteit op. De werkwijze is als volgt:

demo backuplangAchteraf coderen; de lange weg
  1. Sluit de back-up-recorder op de pc aan (via FireWire of een capture-kaart).
  2. Open een capture-programma. Zo'n programma maakt zeker deel uit van een video edit applicatie; maar er zijn ook enkele los verkrijgbare capture-programma's.
  3. De handelingen voor het capturen verschillen per applicatie; belangrijk is dat de videodata naar een AVI-file worden weggeschreven; bij voorkeur ongecomprimeerd (dat kost wel veel schijfruimte).
  4. Open de Windows Media Encoder; annuleer de eventuele Wizzard voor een Nieuwe Sessie.
  5. Wijs via het vervolgscherm het zojuist gemaakte AVI-bestand als bron aan en benoem het uitvoerbestand (naam en locatie (map aanwijzen) van het te creëren videobestand).
  6. Bij distributie geef je vervolgens aan dat dit via een Windows Media Server (stroomsgewijs, via een streaming server) zal gebeuren.
  7. In het vervolgvenster bepaal je in hoge mate hoe de videostroom eruit komt te zien. Je kunt hier de bitrate, framerate, resolutie, audiokwaliteit e.d. definiëren. Je kunt hier een van de voorbeeld-settings als vertrekpunt kiezen en die later op je eigen wensen aanpassen.
  8. Vervolgens zijn er wat inhoudelijke gegevens op te geven; handig is in ieder geval een titel en een datum.
  9. De codeersessie wordt nu geconfigureerd; je kan de settings opslaan zodat je ze later vlot kunt hergebruiken.
  10. De instellingen zijn aan te passen in het Eigenschappen-paneel. Het voert voor deze handleiding te ver alles langs te lopen. Belangrijk is in ieder geval het tabblad Compressie en achterliggende mogelijkheden; controleer vooral ook of onderin 'Codering in twee keer' staat aangevinkt. En op het tabblad Verwerken kan je 'Interlace ongedaan maken' aanvinken (de-interlacing).
  11. Het converteren begint door op 'Coderen starten' te klikken; je ziet tijdens de eerste encodeerslag geen uitvoer-beeld, tijdens de tweede wel.
Achteraf coderen; de middenweg

Voor een compromis in tijd en kwaliteit moet de hierboven genoemde lange weg worden gevolgd, met dat verchil dat er voor een enkele codeerslag wordt gekozen. Daartoe moet het op tabblad Compressie onderin 'Codering in twee keer' juist worden 'weggevinkt' (leeg maken). Het proces van eerst capturen naar AVI en dan encoderen duurt langer dan live coderen, maar het is vooral de dubbele encodeerslag waar de pc veel rekentijd voor nodig heeft.

Nabewerking

Een fijne sfeercompilatie van een evenement, zal over het algemeen beter bekeken worden dan complete registraties. Daartoe moet gecaptured materiaal van de back-up-recorder in een video edit applicatie worden bewerkt. Dergelijke programma's bestaan er in vele soorten en maten. Ze doen in principe ongeveer hetzelfde, maar de een wat nauwkeuriger en geavanceerder dan de ander. De werkwijze komt ruwweg op het volgende neer:

  1. Maak een nieuw project aan.
  2. Haal gecaptured bronmateriaal binnen.
  3. Plaats bruikbare delen op de tijdlijn.
  4. Knip en schuif met beeldfragmenten.
  5. Maak mooie beeldovergangen tussen de shots.
  6. Knip en plak ook geluid op de tijdlijn.
  7. Werk eventueel de beeldkwaliteit bij.
  8. Werk eventueel de geluidskwaliteit bij.
  9. Laat een nieuw (AVI-)videobestand van deze montage maken.
  10. Codeer dit met de Windows Media Encoder, als hierboven beschreven bij 'De lange weg' vanaf stap 3.

Uiteraard is ook andere output denkbaar. MPEG-2 bestanden bijvoorbeeld, voor dvd-productie, of terugschrijven naar tape (voor toekomstige doeleinden), maar dat valt verder buiten deze handleiding.

Bestanden bewerken

{Afhankelijk van distributieselectie:} Windows Media bestanden (gemaakt tijdens live archivering of verwerking van back-up-materiaal) laten zich eenvoudig bijwerken in de Windows Media Bestandseditor. Dit is een van de hulpprogramma's die met de encoder-applicatie wordt meegeleverd. Titel- en andere meta-data zijn aan te passen, maar belangrijk is vooral dat je de bestanden kunt bijsnijden. De aan- en uitloopjes die voor live kijkers prettig zijn, heb je er voor on demand vertoning liever niet opstaan bijvoorbeeld.

Je opent daartoe het bestand, kijkt het af en geeft het nieuwe begin- en eindpunt aan. Bewaar vervolgens het deel tussen deze markeringen onder een andere naam (Opslaan als en indexeren). Je bronbestand blijft dan onaangetast.

Op die manier kan je het programma in een aantal logische brokken knippen die voor de kijker behapbaar zijn.

On demand plaatsen

{Afhankelijk van distributieselectie:} Om bestanden achteraf op de streaming server te kunnen plaatsen, heb je toegang tot de SURFnet Videotheek nodig (zie On demand bij Servers onder Voorbereiding). De werkwijze kent wat dwarswegen, maar ziet er in principe als volgt uit:

demo videotheekVideotheek
  1. Login via de Videotheek beheeromgeving.
  2. Vraag 'Mijn Video's' op.
  3. Kies de knop 'Nieuwe video' om een nieuw item in de videotheek aan te maken
  4. Geef Titel, Maker, een Beschrijving en het Mediatype (Video) op en kies knop 'Bewaar'. Deze informatie is van belang voor goede vindbaarheid van het materiaal; kies de teksten zorgvuldig. Onder optionele velden zijn eventueel nog aanvullende meta-data op te geven.
  5. Binnen zo'n nieuw item kan je één of meer videobestanden uploaden; kies daartoe 'beheer' in de kolom 'media bestanden' achter de titel in het overzicht .
  6. Kies vervolgens de knop 'Videobestand toevoegen' of 'Batch upload'.
  7. In het ene geval kan je een enkel bestand aanwijzen; in het andere geval een groep bestanden toevoegen. Als je een eerder geüpload bestand wilt overschrijven, vink je dat aan.
  8. Alleen als je voor een enkele video koos, moet je nog het bestandsformaat opgeven en kan je het bestand voor een beperkte doelgroep afschermen. Bovendien is ook hier weer extra informatie op te geven.
  9. Via een Java applet wordt het bestand op de server geplaatst.
  10. In het overzicht kan je de video afspelen en de benodigde weblink achterhalen. Met 'koppeling kopiëren' in het rechter muisklik menu, kan je deze link eenvoudig in een ander document plakken.

Je kan voor ieder filmpje een eigen item aanmaken, maar kan ook meerdere programmaonderdelen in eenzelfde item onderbrengen.

Meer informatie
Snel van start met de SURFnet Videotheek
Artikel uit de SURFnet Kennisbank over plaatsing van videomateriaal in de SURFnet Videotheek.

Extra

Deel 7: Extra

Apparatuur

In dit extra hoofdstuk wordt je wegwijs gemaakt in de benodigde apparatuur. Het is niet bedoeld als gebruiksaanwijzing, maar als beschrijving en hulpmiddel bij het selecteren van de juiste spullen.

Audio

Microfoons

{Afhankelijk van audioselectie:} Microfoons zijn de belangrijkste schakel in de audioketen. Het geluid van een slechte microfoon als vertrekpunt, is verderop in de keten nauwelijks meer goed te maken.
Microfoons zijn er in vele soorten en maten. Hun overeenkomst is dat ze geluidsgolven omzetten in elektromagnetische signalen; ze doen dat met behulp van een trillingsgevoelig membraan.

Types techniek

In de werking van een microfoon - in de omvorming van geluidstrillingen naar fluctuerende elektrische signalen - zijn twee types te onderscheiden: de dynamische en de condensatormicrofoons. Voor streaming video zal de keus meestal op de dynamische vallen, hoewel de condensatormicrofoons kwalitatief doorgaans beter zijn.

Dynamische microfoons werken op basis van elektromagnetische inductie. Het membraan is aangesloten op een draadspoel die tussen twee magneten hangt.  Er ontstaan spanningsverschillen in de spoel, zodra het membraan gaat trillen, waardoor een elektrische weergave van het signaal ontstaat.

Condensatormicrofoons werken volgens een elektrostatisch principe. Het membraan bestaat uit twee dunne plaatjes die onder spanning worden gebracht (zij moeten daartoe fantoomvoeding, phantom power, krijgen); zij vormen zo een soort condensator. Als geluid een van de plaatjes aan het trillen brengt, ontstaan spanningsverschillen die de elektrische weergave van het signaal bepalen.

De condensatormicrofoons zijn door hun constructie doorgaans gevoeliger en daardoor kwalitatief beter. Ze zijn echter ook gevoeliger voor ruis en bijgeluiden, zodat het kwaliteitsvoordeel alleen tot zijn recht komt in de studio of andere omgevingen waarin het geluid volledig controleerbaar is. Meestal moeten ze vrij van contactgeluiden worden 'opgehangen'; daar bestaan diverse constructies voor.

In rumoerige omgevingen of situaties waarin het geluidsniveau niet constant en onmiddellijk wordt bijgesteld, kan je beter dynamische microfoons inzetten.

Types gevoeligheid

Een belangrijk kenmerk van de microfoon is de richtingsgevoeligheid.

Een omnidirectionele microfoon vangt geluid uit alle richtingen rondom gelijkmatig op.
 

Een cardioïde microfoon heeft een hart- of nier-vormige richtingsrespons. Dergelijke microfoons zijn het gevoeligst voor geluid dat rechtstreeks via de voor-/bovenkant binnenkomt, in mindere mate voor geluid dat meer van opzij komt, en nauwelijks voor geluid dat van achter komt. Ze zijn breed inzetbaar en daarom het meest gebruikt.

Een super-/hypercardioïde microfoon is beduidend sterker richtingsgevoelig. Dergelijke microfoons zijn nauwelijks gevoelig voor geluid dat van opzij of van achter komt. Daarom zijn ze handig in rumoerige omgevingen, om gericht bepaalde geluiden op te pakken. Ze zitten ook vaak op camera's om alleen het geluid op te nemen van het onderwerp dat in beeld komt.

Een bidirectionele microfoon heeft een acht-vormige gevoeligheidskarakteristiek langs een bepaalde as. Dergelijke microfoons zijn gevoelig voor geluid in beide richtingen van de as, en minder gevoelig voor geluid daarbuiten. Dit type is hoofdzakelijk geschikt voor bijvoorbeeld interviews, waarbij twee deelnemers aan beide zijden van de microfoon plaatsnemen.

Types uitvoering

Microfoons kennen voor verschillende toepassingen vele uitvoeringen. De naam zegt meestal al genoeg.

Een reversmicrofoon (ook wel dasspeld-, knoopsgat-, clip-, miniatuur- of Lavalier-microfoon genoemd) is klein en geschikt om iemand op te spelden of anderszins aan kleding te bevestigen; handig voor rondlopende sprekers.
 

Een handmicrofoon (handmicrofoon) is om in de hand te houden; handig voor rondlopende sprekers.
 
 
 

Een tafelmicrofoon staat doorgaans met een verzwaarde voet op tafel; handig bij bijvoorbeeld discussiefora waarin sprekers achter een tafel plaatsnemen.
 
 

Een statiefmicrofoon laat zich met een koppelstuk op een microfoonstatief bevestigen; handig om in een zaal als publieksmicrofoon op te stellen.
 
 

Een hengelmicrofoon kan met een ophangconstructie aan een microfoonboom worden bevestigd; daarmee is de microfoon dicht bij sprekers in het zaalpubliek te brengen.
 
 

Verder bestaan er tal van ophang- en bevestigingsconstructies. Vooral condensatormicrofoons moeten 'vrij hangen' om contactgeluiden te vermijden.

Types verbinding

Tenslotte is de aansluiting een belangrijk onderscheid.

Draadloze microfoons werken met een zender en ontvanger. Het is voor de sprekers ideaal om niet te worden gehinderd door een kabel, maar de draadloze systemen kennen ook nadelen: je moet je verzekeren van een goede ontvangst; soms komt storing door andere zendapparatuur voor; en de microfoonzenders vreten batterijspanning (zodat events gehinderd kunnen worden door microfoonhaperingen).

Bekabelde microfoons zijn betrouwbaarder. Nadelen zijn gelegen in het mee moeten slepen van die kabel (lastig voor spreker, vaak ook storend in beeld); ook een kabel kan stuk gaan (en eerder als er veel mee wordt gesleept); en kabels kunnen soms gaan 'brommen' (vooral als ze langs netspanningkabels liggen).

Audiomixer

{Afhankelijk van audioselectie:} De audiomixer (ook wel mengpaneel of mengtafel genoemd) biedt vele mogelijkheden om geluidsbronnen te schakelen en te mixen/mengen.

Iedere bron krijgt een eigen kanaal waarvoor individueel het niveau te regelen is. Vaak is per kanaal ook de links/rechts-balans in te stellen (panning) en is de klankkleur te beïnvloeden (equalizing). De meeste mixers hebben een aantal mono-ingangen en een geringer aantal stereo-kanalen. De laatste zijn vrijwel altijd op Line-niveau (voor het aansluiten van bijvoorbeeld cd-spelers of  laptops); de mono-ingangen zijn meestal op Mic-niveau (voor het aansluiten van microfoons), maar vaak ook schakelbaar naar Line.

Met faders (schuiven) of soms draaiknoppen, is de mate van versterking en daarmee de onderlinge balans tussen de kanalen in te stellen. Daarnaast kan je soms groepen vormen, waarmee selecties van kanalen naar aparte uitgangen worden gestuurd. Belangrijk is in dat laatste geval de vraag of de mix- en klankkleurinstellingen ook voor die uitgang gelden, of dat je de 'pure signalen' (pre-fade) te horen krijgt; vaak is dat instelbaar.

De meeste mixers hebben twee of meer uitgangen waar de eindmix heengaat. Idealiter zijn ze apart regelbaar en gebruik je er één (de master) voor de zaalversterker en één (de sub of control room) voor de encoder.
Soms is er nog een speciale mono-uitgang te gebruiken waarin het linker- en rechterkanaal worden samengevoegd. Gewoonlijk reageert deze op de niveau-instellingen van de master-uitgang.

De misschien wel belangrijkste uitgang is de hoofdtelefoonaansluiting. Gebruik die om de mix kritisch te beoordelen en bij te regelen.

Video

Camera's

Camera's zijn de belangrijkste schakel in de beeldketen. Een matige camera leidt tot nog veel slechtere beelden in de uiteindelijke videostream.
Camera's zijn er in vele soorten en maten. Helaas zijn de echt goede types over het algemeen niet te betalen, zodat bij streaming video meestal voor DV-camera's wordt gekozen.

Digital Video

Het assortiment van Digital Video loopt uiteen van spotgoedkope en zeer handzame consumentencamera's (veelal in gebruik voor vakantie- en familiefilmpjes) tot de duurdere semi-professionele modellen met drie opnamechips (CCD of CMOS). Die laatste bieden betere kleurscheiding en dat scheelt aanzienlijk in kwaliteit.

Idealiter gebruik je de zogeheten prosumer-modellen; de goedkoopste professionele camera's waarin de scheiding tussen beeld en geluid ook beter geregeld is. Meestal herken je die aan gebalanceerde XLR-ingangen voor audioverbindingen (zie ook Audioverbindingen bij Verbindingen onder Extra). Deze types hebben doorgaans ook betere lenzen, wat de beeldkwaliteit uiteraard ten goede komt. Bovendien hebben ze meer mogelijkheden voor handmatige instellingen van scherpte, belichting, kleurbalans en geluidsniveau.

Gewoonlijk zijn dit soort DV-camera's met een recorder uitgerust; de 'camcorders' kunnen ook opnemen; meestal op miniDV-tape. Dat is veruit de meest gebruikte videotape op dit moment, waarop de videodata digitaal en gecomprimeerd worden opgeslagen.
Via FireWire is het materiaal 1:1 (dus zonder verlies) over te zetten naar de pc (voor opslag, encodering of bewerking). Terug naar de camcorder is alleen mogelijk als de camera DV-in ondersteunt; op goedkope modellen ontbreekt dat nog wel eens.

Scanconverter

{Afhankelijk van videoselectie:} Met de scanconverter is het computerbeeld met een doorgaans hoge resolutie (vaak 1024*768) te converteren naar een videosignaal in SD-resolutie (720*576).

Meestal moet deze monitor-output via een VGA-kabel door de scanconverter worden geleid, en dan worden doorgelust naar de monitor of beamer. Via een Composiet of S-video-uitgang kan dan het geconverteerde videosignaal worden gebruikt (meestal als ingang op een beeldmixer).

Het is een lastige conversieslag. Er moet niet alleen worden gedownscaled; een progressive pixelbeeld moet worden omgezet naar een interlaced lijnenbeeld, terwijl ook de scanfrequentie moet worden aangepast. De meeste apparaten slagen hier maar beperkt in, als je de kwaliteit kritisch beoordeelt. De goedkopere apparaten zijn er vooral op gericht een pc-beeld op een televisie-monitor te tonen, en voldoen daarin. Als bron voor streaming video schieten ze echter vaak tekort. Vooral de scherpte is een heikel punt, maar ook de kleurweergave en kleurscheiding.

Van belang is uiteraard ook de input-resolutie. Niet iedere scanconverter kan bijvoorbeeld zomaar 1280*1024 met 60Hz converteren.

De apparaten hebben uiteenlopende instelmogelijkheden waarmee de weergave te beïnvloeden is. Zie ook pc-projectie via scanconverter bij Video onder Registreren.

Beeldmixer

{Afhankelijk van videoselectie:} De beeldmixer (ook wel videomixer genoemd) biedt vele mogelijkheden om beeldbronnen te mixen en daarbij verschillende beeldovergangen te maken. De mixers beschikken doorgaans over twee, vier of acht kanalen. Meestal wordt er tussen twee bronnen geschakeld en moet je vooraf aangeven welke de volgende moet worden (als er tenminste meer dan twee zijn).

Overgangen kunnen 'hard' geschakeld worden, of zachte cross-fades zijn (waarin de ene bron in de andere overvloeit). Maar op de meeste beeldmixers kunnen ook allerlei effecten worden gekozen (beelden die elkaar als het ware schuivend wegduwen in diverse richtingen, beelden die via mozaïekjes in elkaar over brokkelen, of vanuit het centrum opkomen, et cetera).
Op geavanceerdere mixers zijn kleurcorrecties mogelijk, overlays met titels, fades naar (of vanuit) een egaal zwart (of egaal gekleurd) beeld, et cetera.

Belangrijk is een goede preview-voorziening. De beeldregisseur moet te allen tijde de verschillende bronnen kunnen zien, om goed te kunnen switchen. Bij voorkeur is in de preview-beelden zichtbaar welk beeld actual is, welke als next geselecteerd staat en welke camera's free zijn (de zogeheten tally lights).

Verder beschikken beeldmixers vaak over audiovoorzieningen; meestal eenvoudig, soms geavanceerd met meerdere kanalen. Omdat veel mixers tijdens de beeldverwerking enige frames vertraging oplopen, kan het belangrijk zijn het geluid (ook na mixage op aparte audiomixer) door de beeldmixer te leiden. Ook audio wordt dan een tikje vertraagd (audiodelay), zodat beeld en geluid er weer synchroon uit komen.
Gewoonlijk voegen beeldmixers het geluid los van de beeldbron toe. Sommige mixers kunnen de audioingangen met de beeldbronnen mee laten switchen.

Coderen en archiveren

MPEG-encoder

{Afhankelijk van distributieselectie:} SURFnet stelt een uitleen-encoder beschikbaar voor het eenvoudig realiseren van multiformat-uitzendingen. Dit kastje codeert de videobeelden naar een datastroom in MPEG-formaat. Deze wordt via het netwerk naar de 'encoder-straat' gestuurd. Daar worden de videodata eerst gedecodeerd en als analoog signaal aan verschillende encoders aangeboden. Die maken er opnieuw een streaming formaat van en maken dat via internet beschikbaar.

De MPEG-encoder heeft een Composiet- en S-video-ingang en een netwerkaansluiting; dat wijst zich eigenlijk vanzelf. Lastig is alleen dat het netwerk juist geconfigureerd moet zijn. Zie hiervoor Live via MPEG-encoder bij Servers onder Voorbereiding.
Meer informatie
Handleiding uitleen-encoder
Handleiding voor gebruik van de SURFnet uitleen-encoder.
AVN200 Product Page
Informatie over de AVN200 bij de fabrikant Visionary Solutions Inc. (VSI).
Pc-encoder

{Afhankelijk van distributieselectie:} Het proces van live coderen stelt hoge eisen aan het systeem. Naarmate er hogere (en gecombineerde) bitrates verzonden moeten worden, is er op alle fronten meer rekenkracht nodig. De processor krijgt het druk en kan boven de 2000 kbit/s maar beter dual core zijn. Het werkgeheugen moet dan minimaal 512 MB zijn. De videokaart kan meerekenen en daarom maar beter met minimaal 128 MB zijn uitgerust. DirectX moet in recente versie geïnstalleerd zijn, om de videokaart zinvol te kunnen inzetten. Maar vooral ook belangrijk is de harddisk. De rotatiesnelheid moet voor die hogere bitrates toch algauw op 7200 rpm liggen. Bovendien kan het lees- en schrijfwerk maar beter worden verdeeld over minstens twee schijven. Op de eerste schijf maakt Windows doorgaans een tijdelijk schijfgeheugen aan (de swapfile), waarin heel wat data worden weggeschreven en teruggelezen. Als er tegelijk een archiefbestand moet worden aangemaakt, moet je daar een tweede harddisk voor aan het werk zetten.

Bij lagere bitrates gelden uiteraard ook minder pittige systeemeisen. Ze zijn niet eenduidig op te geven, omdat het telkens om een combinatie van vele factoren gaat die de snelheid van het systeem bepaalt.

Het is hoe dan ook zinvol vooraf te checken of de gewenste bitrate geen problemen oplevert. Dit kan door pakweg een uur live te coderen, dit tegelijk 'uit te zenden' en te 'archiveren'. Tijdens dit proces kan je de CPU-belasting in de gaten houden (al is dit niet altijd even secuur), en zien of er frames verloren gaan. Zorg wel dat er iets gebeurt in beeld, op z'n minst met de dynamiek van het event. Hoe meer er in het beeld verandert immers, hoe drukker de encoder het krijgt en hoe eerder je dus tegen de grenzen aanloopt.
Deze gegevens zijn terug te vinden op het Statuspaneel. De CPU-belasting staat rechtsonder op het tabblad 'Algemeen'; het aantal verloren frames tref je rechtsonder op het tabblad 'Statistieken'.

Om de videodata te kunnen encoderen, moet de pc zijn uitgerust met een FireWire-ingang (voor digitale video-invoer), of een capture-kaart (voor analoge video-ingangen). De Windows Media Encoder applicatie kan met lang niet alle capture-voorzieningen even goed overweg. Ze moeten zijn toegerust met drivers voor Video for Windows of het Windows Driver Model (WDM). In ieder geval de Osprey kaarten van ViewCast hebben zich in dit opzicht al jarenlang bewezen.

Meer informatie
Windows Media Encoder
Informatie over de Windows Media Encoder bij de fabrikant Microsoft.
Windows Media Hardware Product Vendors
Lijstje met geschikte capture-voorzieningen volgens Microsoft.
ViewCast Osprey Capture Cards
Informatie over de Osprey capture kaarten bij de fabrikant ViewCast.
Back-up-recorder

{Afhankelijk van distributieselectie:} Voor het vastleggen van de videobeelden bestaan uiteenlopende mogelijkheden.

Met een DV-camcorder zijn beeld en geluid op miniDV-tape op te slaan. Standaard past daar 60 minuten op. Veel consumentenmodellen hebben nog een LongPlay-optie waarmee er 90 minuten op dezelfde tape past. Dergelijke opnamen zijn van iets mindere kwaliteit en kunnen alleen worden afgespeeld op camcorders waar diezelfde optie opzit.
Handig is dat deze camera's met een LCD-schermpje zijn uitgerust, waarmee de registratie meteen te controleren is.

Met een tape-deck zijn beeld en geluid op uiteenlopende tape-soorten op te slaan. 'Oude' analoge recorders (VHS en S-VHS bijvoorbeeld) zijn door de geringe kwaliteit eigenlijk geen optie. Modernere digitale recorders zijn er in verschillende smaken: DVCAM bij Sony (kan gewoonlijk ook met miniDV overweg), Digital-S bij JVC en DVCPRO bij Panasonic bijvoorbeeld. Op de grotere tapes past vaak veel meer informatie dan de miniDV-tape'jes: 180 of zelfs 320 minuten bijvoorbeeld. De tapes zijn wel kostbaar en lastig te verkrijgen.
Een ingebouwde monitor kan handig zijn voor controle; anders is meestal een losse monitor aan te sluiten.

Met een harddisk-recorder (hdd-recorder) zijn beeld en geluid meteen als videobestand weg te schrijven; meestal in het MPEG-formaat, soms in AVI. De opnameduur wordt beperkt door de vrije schijfruimte en door de (vaak instelbare) kwaliteit waarin de videodata worden weggeschreven.
Speciaal voor dit doel ontworpen apparaten laten zich doorgaans eenvoudig bedienen. Hdd-recorders voor consumentengebruik (televisieopnamen) daarentegen doorgaans niet. Meestal is een afstandsbediening nodig, en een monitor om te kunnen zien wat je doet. Vaak moeten menuvragen bevestigd worden bij het starten of stoppen van een opname.

Met een dvd-recorder zijn beeld en geluid meteen naar video-dvd weg te schrijven; altijd in het MPEG-formaat. De opnameduur wordt beperkt door de vrije schijfruimte en door de (vaak instelbare) kwaliteit waarin de videodata worden weggeschreven. Gewoonlijk geldt voor een blanco enkellaags dvd (4,7GB) dat er in 'normale' kwaliteit circa twee uur video op past.
Dvd-recorders laten zich doorgaans lastig bedienen. Meestal is een afstandsbediening nodig, en een monitor om te kunnen zien wat je doet. Vaak moeten menuvragen bevestigd worden bij het starten of stoppen van een opname.

Verbindingen

In dit extra hoofdstuk wordt je wegwijs gemaakt in de benodigde verbindingen; met informatie over signalen, kabels en plugjes.

Verbindingen audio

Er bestaan uiteenlopende audioconnecties. Het belangrijkste verschil zit in het signaal dat 'symmetrisch' of 'asymmetrisch' wordt overgedragen: gebalanceerd of ongebalanceerd. Verder is het vooral een kwestie van verschillende plugjes.

Gebalanceerd/Ongebalanceerd

Signaalkabels zijn gevoelig voor elektromagnetische interferentie, vooral als de lengte toeneemt. Dergelijke interferentie levert gestoord geluid op (meestal brom of gezoem, soms getik of gekraak).
In de professionele audiowereld maakt men daarom gebruik van 'gebalanceerde' kabels met drie signaaldraden: een positieve, een negatieve en een aardedraad (consumentenkabels hebben doorgaans enkele aders). Het originele signaal wordt door de positieve draad verstuurd, terwijl het 'omgekeerde signaal' met een tegengestelde polariteit ('uit fase') over de negatieve draad wordt verstuurd. Eventuele verstoringen worden onderweg in beide signaaladers opgepikt. Door aan het eind de signalen weer 'in fase' te brengen, wordt het oorspronkelijke signaal gehandhaafd, terwijl de ruispiekjes elkaar opheffen.

Aansluitingen

XLR-pluggen worden voor gebalanceerd audiosignaal gebruikt (enkelkanaals). Vrijwel alle lange audiolijnen zijn ermee uitgerust. Op apparaten zijn de XLR-connecties meestal voor microfoons/microfoonsignalen bestemd. Omdat zo'n signaal op Mic-niveau veel zwakker is dan een Line-signaal, moet je ze zeker niet verwarren. XLR-kabels worden namelijk ook voor Line-signalen gebruikt; daar moet gewoonlijk een verloopje naar Jack aan om op een Line-connectie te kunnen worden aangesloten. De 'mannetjes' met drie pinnetjes moeten op de ingangen worden aangesloten, de 'vrouwtjes' met drie gaatjes op de uitgangen.
Let op: via de XLR-lijn kan een microfoon van fantoomvoeding (phantom power) worden voorzien; die 48 Volt kan je beter niet op andere apparaten aansluiten.

Jack-pluggen 1/4" TRS (6,5 mm met tip-ring-sleeve, onderbroken door twee zwarte ringen) zijn drie-aderige pluggen die meestal voor gebalanceerd audiosignaal worden gebruikt (enkelkanaals). Op apparaten zijn de Jack-connecties gewoonlijk voor Line-signalen bestemd. Omdat lange lijnen meestal met XLR-kabels worden gelegd, zit deze Jack-plug vaak aan verloopkabels van XLR naar Jack. Doorgaans zitten de 'vrouwtjes' op de apparaten, en zijn de kabels met 'mannetjes' uitgerust.
Dezelfde plug zien we overigens ook gebruikt worden voor ongebalanceerde stereo-aansluitingen; bijvoorbeeld aan de hoofdtelefoon; dat kan verwarrend zijn.

Jack-pluggen 1/4" TS (6,5 mm met tip-sleeve, onderbroken door één zwarte ring) zijn twee-aderige pluggen die meestal voor ongebalanceerd audiosignaal worden gebruikt (enkelkanaals). Op apparaten zijn de Jack-connecties gewoonlijk voor Line-signalen bestemd. Doorgaans zitten de 'vrouwtjes' op de apparaten, en zijn de kabels met 'mannetjes' uitgerust.
 
 

Tulp-pluggen (ook wel RCA-, Cinch- of Phono-pluggen genoemd) zijn twee-aderige pluggen die meestal voor ongebalanceerd audiosignaal worden gebruikt (per plug enkelkanaals, maar meestal per paar voor stereo geluid). Op apparaten zijn de Tulp-connecties gewoonlijk voor Line-signalen bestemd. Doorgaans zitten de 'vrouwtjes' op de apparaten, en zijn de kabels met 'mannetjes' uitgerust.
 
 
 
 

MiniJack-pluggen 1/8" TRS (3,5 mm met tip-ring-sleeve, onderbroken door twee zwarte ringe'tjes) zijn drie-aderige pluggen die meestal voor ongebalanceerd stereo audiosignaal worden gebruikt (dubbelkanaals). Op apparaten zijn de miniJack-connecties gewoonlijk voor Line-signalen bestemd. Doorgaans zitten de 'vrouwtjes' op de apparaten, en zijn de kabels met 'mannetjes' uitgerust.
Er bestaan ook mono-TS-plugjes, maar die kom je voor streaming video gebruik zelden tegen. Sowieso is het aan te raden het gebruik deze kleine plugjes zoveel mogelijk te vermijden; ze zijn over het algemeen te slecht en te storingsgevoelig.

Kabels en verloopjes

Audiokabels moet je zo kort mogelijk houden en met zo min mogelijk verloopjes inzetten. Zeker ongebalanceerde lijnen moet je kort houden en zo ver mogelijk gescheiden houden van netspanningkabels.

Voor bijna iedere situatie bestaan verloopplugjes of verloopkabels. En je komt ze altijd tekort. Het is dus noodzakelijk de verbindingen vooraf goed na te lopen en alsnog een kist reservemateriaal mee te nemen.

 
Het is belangrijk kabels overal waar struikelrisico's ontstaan, vast te tapen (met Gaffer-/Gaffa-/LX-tape; goedkoper tape is na gebruik doorgaans lastig van je kabels af te halen).

Verbindingen video

Er bestaan uiteenlopende videoconnecties. De verschillen zijn vooral gelegen in de manier waarop het signaal wordt overgedragen; analoog via een enkele draad of gesplitst over meer-aderige kabels bijvoorbeeld, of digitaal. Alleen de meest voorkomende verbindingen bij streaming video worden hier genoemd.

Signaaloverdracht video

Bij Composiet (composite) wordt alle informatie via een enkele draad verzonden. Aansluiting verloopt via Tulp-pluggen (ook wel RCA-, Cinch- of Phono-pluggen genoemd) of BNC-pluggen. Waarbij de laatste de betrouwbaarste zijn; die laten zich ook beter koppelen.
Deze manier van signaaloverdracht levert niet de beste kwaliteit op. Een voordeel is wel dat je met Composiet-kabel, mits 75 ohms en van goede kwaliteit, erg lange afstanden kunt overbruggen. 30-50 meter moet zomaar lukken; met erg goede kabels is 100 meter ook wel haalbaar.
Doorgaans zitten de 'vrouwtjes' op de apparaten, en zijn de kabels met 'mannetjes' uitgerust.

Bij S-video (ook wel Y/C of Hosiden genoemd) wordt het signaal gesplitst in luminantie (Y) en chrominantie (C): in zwartinhoud en kleurinhoud. Helderheid en kleur worden over aparte aders verzonden. De plugjes zijn vier-polig: beide signalen krijgen een eigen aarding mee.
Met de signaalsplitsing wordt een hogere kwaliteit van het signaal bereikt (aanzienlijk beter dan Composiet). Een nadeel is echter dat over lange afstanden synchroniteitsproblemen ontstaan. Voor gemiddelde S-video-kabels moet je de lengte tot maximaal 10 meter beperken; alleen met hoge kwaliteit is 20 meter haalbaar. Met signaalversterkers onderweg is verlenging wel mogelijk.
Doorgaans zitten de 'vrouwtjes' op de apparaten, en zijn de kabels met 'mannetjes' uitgerust.

Met FireWire (ook wel IEEE 1394 of iLink genoemd) wordt het signaal digitaal verzonden. Dat kan uiteraard alleen met digitale video. Op zich is FireWire niet speciaal een video-verbinding, maar meer algemeen voor computerdata bedoeld.
Normaal gesproken wordt het signaal 1:1 overgezet en gaat het hier dus om de best haalbare kwaliteit. Een belangrijk verschil met de analoge verbindingen is bovendien dat audio kan worden meegestuurd. Een nadeel is dat de betrouwbaarheid van de signaaloverdracht via FireWire-kabels vaak bij 5 meter al ophoudt. Alleen erg goede kabels redden 20 meter. Met repeaters onderweg is verlenging wel mogelijk.
Doorgaans zitten de 'vrouwtjes' op de apparaten, en zijn de kabels met 'mannetjes' uitgerust. Er zijn kleine connectoren met vier pinnen, en wat bredere connectoren met 6 pinnen; de laatste kunnen ook voeding doorgeven naar het aangesloten apparaat.

Signaaloverdracht pc-beeld

VGA (Video Graphics Array) wordt gebruikt voor analoge overdracht van computerbeelden naar monitor of beamer. Aansluiting verloopt via connectoren van het zogeheten D-type, met 15 pinnen (ook wel 15 pins D-sub genoemd).
Kabels laten zich makkelijk koppelen en kunnen redelijke afstanden overbruggen. Met kabels van goede kwaliteit moet 20-30 meter lukken; met een splitter-versterker is 60-80 meter haalbaar.
Doorgaans zitten de 'vrouwtjes' op de apparaten, en zijn de kabels met 'mannetjes' uitgerust.

DVI (Digital Visual Interface) wordt gebruikt voor zowel analoge als digitale overdracht van computerbeelden naar monitor of beamer; belangrijkste voordeel ten opzichte van de VGA-verbinding is de mogelijkheid tot digitale overdracht en de veel hogere bandbreedte. Er bestaan verschillende types met verschillende connectoren:
* DVI-A voor analoge signalen
* DVI-D Single Link voor digitale signalen met lage resolutie
* DVI-D Dual Link voor digitale signalen met hoge resolutie
* DVI-I Single Link voor digitale én analoge signalen met lage resolutie
* DVI-I Dual Link voor digitale én analoge signalen met hoge resolutie
Kabels laten zich niet zo makkelijk koppelen en kunnen, als gevolg van de matige signaalsterkte, maar beperkte afstanden overbruggen. Voor veel kabels ligt de grens al op 5 meter; alleen hele goede halen 20 meter.
Doorgaans zitten de 'vrouwtjes' op de apparaten, en zijn de kabels met 'mannetjes' uitgerust.

Kabels en verloopjes

Videokabels moet je zo kort mogelijk houden en met zo min mogelijk verloopjes inzetten; bovendien moet je ze zo ver mogelijk gescheiden houden van netspanningkabels.

Voor video bestaan minder verloopplugjes of verloopkabels dan voor audio; wel koppelstukjes of verlengkabels - oplossingen binnen de signaalsoort. Binnen de Composiet-keten kan je bijvoorbeeld makkelijk verlengen en verloopjes plaatsen van BNC naar Tulp en andersom.
Verloopjes van S-video naar Composiet bestaan, maar voegen aan kwaliteit niks toe; ze kunnen soms wel een aansluitprobleem verhelpen. Om Composiet naar S-video om te zetten, heb je speciale kastjes nodig. Verder bestaan er A/D-converters om analoog naar digitaal om te zetten, of soms ook andersom; meestal met zowel Composiet als S-video uitgevoerd.

Het is belangrijk kabels overal waar struikelrisico's ontstaan, vast te tapen (met Gaffer-/Gaffa-/LX-tape; goedkoper tape is na gebruik doorgaans lastig van je kabels af te halen).

HDTV

High Definition (HD) is de nieuwe norm voor televisie en video kijken. De beeldresolutie is minimaal 1280*720 pixels, vaak 1920*1080 en soms nog hoger. Ter vergelijk: de 'oude' norm voor video op PAL-formaat, Standard Definition (SD), komt overeen met 720*576 pixels.

Zo'n verdubbeling of vervijfvoudiging van het aantal beeldpixels, levert een aanzienlijk hogere beeldkwaliteit op. Woorden schieten tekort bij veel kijkers die hun eerste HD-ervaring beschrijven: scherper, briljanter, kleurrijker, levensechter, overtuigender, wat een details, et cetera.

HDTV's veroveren langzaamaan dan ook de markt, nu televisie-providers eindelijk de eerste HD-kanalen doorgeven. Erg rap ging het tot nu toe niet, omdat producenten en consumenten op elkaar zaten te wachten (het befaamde kip/ei-probleem). De investeringen voor HD-apparatuur bij video- en omroepbedrijven zijn enorm, en de belangstelling bij consumenten bleef tot voor kort gering (bij gebrek aan content).

HDV

Waarschijnlijk is het tussenformaat HDV doorslaggevend bij een verandering aan de kant van de consumenten. Met relatief betaalbare camera's kan iedereen intussen zelf in HD-formaat een filmpje maken, met compacte camera's op de inmiddels vertrouwde miniDV-tapes. Er wordt een trucje uitgehaald waardoor die HD-resoluties mogelijk zijn, en door fikse compressie (via MPEG) past de gegevensstroom ook nog op die kleine tapes. Bovendien kan het materiaal via FireWire naar de pc worden overgezet en bewerkt, net als met DV-materiaal. Dat brengt HD wel erg dichtbij. Vertoning op HDTV's maakt grote indruk, en intussen is output in het PAL-formaat ook nog steeds mogelijk, zodat het een mooie tussenoplossing is die veel mensen over de streep trekt.

HD

De in Europa meest voorkomende normen voor videomateriaal in HD zijn:
720p: 1280*720 met 50 hele beelden per seconde (progressive scan)
1080i: 1920*1080 met 50 halve beelden per seconde (interlaced)
1080p: 1920*1080 met 50 hele beelden per seconde (progressive scan), ook wel Full HD genoemd.

Andere aanduidingen (er zijn talrijke subformaten gedefinieerd) zijn bijvoorbeeld 720p/60 voor 60 Hz televisie, met dus 60 beelden per seconde, zoals we dat in Amerika kennen; of 1080p/25 en 1080p/24 voor HD-video met 25 of 24 hele beelden per seconde, waarmee een meer filmische indruk ontstaat (omdat 24 beelden per seconde de standaard is voor celluloidfilm).
En intussen spreken we ook over 2K- en 4K-resoluties met beeldbreedtes van respectievelijk 2048 en 4096 beeldpunten, voor bioscoop producties.

De beeldverhouding bij HD-materiaal is de breedbeeldverhouding van 16:9, terwijl we van SD de verhouding 4:3 gewend waren. Verder is de kleurruimte groter, waardoor het beeld inderdaad kleurrijker is. Een laatste noemenswaardige verbetering zit in het geluid: naast hogere kwaliteit is meerkanaals audio (Dolby Digital 5.1) mogelijk.

HD-video over IP

SURFnet heeft inmiddels de distributie van uiteenlopende HD-content verzorgd. Er zijn enkele live-uitzendingen geweest, zelfs in ongecomprimeerd HD (1,5 gbit/s!); er zijn videoconferences in HD gedaan; er zijn scheduled uitzendingen gerealiseerd; lange tijd zijn enkele HDTV-kanalen doorgegeven; en in de videotheek is steeds meer on demand materiaal in HD-kwaliteit te vinden.
Als zich in de distributie over IP-netwerken nog problemen voordoen, is dat meestal doordat de bandbreedte bij de eindgebruiker te wensen overlaat, en doordat de lokale netwerken nog lang niet overal multicast enabled zijn (wat voor live uitzendingen noodzakelijk is).

HD comprimeren

Voor distributie van HD-videostromen is compressie wenselijk. Met MPEG-2 zijn de resultaten van 1080i-materiaal bij een bitrate van 20 Mbit/s heel acceptabel; ook 15 Mbit/s is voor de meeste content nog best bruikbaar. Met Windows Media (WMV-HD) volstaan zelfs bitrates onder de 10 Mbit/s om tot vergelijkbare kwaliteit te komen.
Voor live uitzendingen ben je vooralsnog op MPEG aangewezen. Voor on demand materiaal kan je kiezen tussen MPEG en WMV-HD.

HD apparatuur

Echte HD-apparatuur is vooralsnog 'onbetaalbaar'. Met HDV-apparatuur is streaming video in HD-kwaliteit echter binnen handbereik gekomen. Voor de HDV-camera's geldt hetzelfde verhaal als voor de DV-camera's (zie Video bij Apparatuur onder Extra): er zijn goedkope consumenten camera's en beduidend betere prosumer-modellen met o.a. drie opnamechips, meer mogelijkheden voor handmatige bediening en betere scheiding tussen beeld en geluid.
Beeldmixers voor HDV bestaan, maar zijn nog wel redelijk kostbaar. Vaker zal je dus voor achteraf monteren kiezen, als er met meerdere camera's geregistreerd moet worden.
Voor het binnenhalen van HDV-materiaal op pc-systemen volstaat een FireWire aansluiting en capture-/edit-applicatie. Met de open source software VideoLAN (VLC media player) is zelfs meteen een live uitzending in MPEG2-formaat te realiseren.

Meer informatie
HD in beeld
Inleiding tot HD-Video op het SURFnet Video Portal.
WMV-HD demo's van Microsoft
Voorbeelden van WMV-HD filmtrailers, die hier als on demand streaming materiaal beschikbaar zijn gemaakt via de SURFnet Videotheek.

Begrippenlijst

Archiveren
Opslaan van de videodata. Binnen deze handleiding wordt de term archiveren meestal gebruikt voor het live opslaan van een live streaming video uitzending op een pc-encoder. Dit archief-bestand is voor on demand gebruik op de streaming server te plaatsen. Soms wordt opslag van videodata op een recorder bedoeld, maar daarvoor wordt meestal de term back-up gebruikt.
AVI
AVI (Audio Video Interleave) is een bestandsformaat om videodata op te slaan en te transporteren. Het maakt deel uit van de Video for Windows (VfW) technologie van Microsoft.
Back-up
Opslaan van de videodata. Binnen deze handleiding wordt de term back-up gebruikt voor het opslaan van een videoregistratie op een back-up-recorder. Deze back-up is als reservemateriaal, of voor nabewerking te gebruiken, maar ook als bron voor achteraf coderen naar bestanden die voor on demand gebruik op de streaming server zijn te plaatsen. Voor live opslag van videodata op een pc-encoder wordt de term archiveren gebruikt.
Bitrate
Gegevenssnelheid van de videodatastroom; bepalend voor de kwaliteit van de weergave. De bitrate wordt uitgedrukt in het aantal bits per seconde dat over de datalijn moet. Deze stroom is doorgaans instelbaar op de encoder, en moet aan de uitzendkant worden afgestemd op de bandbreedte bij de ontvanger. Als de stroom in meerdere kwaliteiten tegelijk wordt aangeboden, heet dat in Windows Media termen Multiple Bitrate (MBR).
Capture-kaart
Een uitbreidingskaart op de pc om analoge videobronnen (camera, recorder, beeldmixer) te kunnen capturen. Meestal beschikken deze kaarten over een Composiet- en/of S-video-, soms over Component- en/of SDI-aansluitingen. Voor dit doel bestaan inmiddels ook losse USB-kastjes. Doorgaans wordt een eenvoudige capture-applicatie meegeleverd.
Overigens is via een FireWire-kaart het bronmateriaal van digitale videobronnen (camera, recorder, beeldmixer) rechtstreeks digitaal op de pc over te zetten, zonder enig kwaliteitsverlies.
Capturen
Het overzetten of 'vastleggen' van analoge videobronnen (camera, recorder, beeldmixer) naar de pc. De videobeelden worden in dit proces gedigitaliseerd en komen in een bruikbaar bestandsformaat op de harddisk te staan (meestal AVI voor Windows-systemen). Met de bestanden is eventueel te monteren (editen), of ze zijn rechtstreeks te coderen voor streaming doeleinden.
Overigens is via FireWire het bronmateriaal van digitale videobronnen (camera, recorder, beeldmixer) rechtstreeks digitaal op de pc over te zetten, zonder enig kwaliteitsverlies.
Codec
Er zijn vele manieren om videodata te comprimeren; om de bestandsomvang en bandbreedte zoveel mogelijk te beperken, terwijl de kwaliteit niet al te veel geweld wordt aangedaan. Deze slimme algoritmes worden 'codec' genoemd, een samentrekking van de woorden compressor en decompressor, of coderen en decoderen.
De codec die voor het comprimeren wordt gebruikt, moet ook bij de kijker op het systeem staan, om de gegevens weer te kunnen decomprimeren/decoderen.
Coderen
Het omzetten van videodata naar een bruikbaar streaming formaat. Met behulp van een codec wordt de datastroom verkleind (gecomprimeerd) en omgezet naar een indeling die stroomsgewijze vertoning via internet mogelijk maakt.
De-interlacing
Softwarematig proces om interlaced video geschikter te maken voor vertoning op progressive scan monitoren. Het de-interlacing filter tracht het beeld zoveel mogelijk op een origineel progressive scan beeld te doen lijken, waarna het materiaal minder geschikt is voor vertoning op interlaced monitoren. Het is er vooral op gericht interliniërings-artefacten (beeldfouten) weg te poetsen. Er zijn verschillende methodes, waardoor uiteenlopende applicaties hier met wisselend succes in slagen.
Encoder
De software (soms ook hardware) die het coderen van videodata realiseert. Veel applicaties kunnen tegelijk een videostroom live uitzenden en wegschrijven naar de harddisk (archiveren).
FireWire, IEEE 1394, iLink
Een standaard voor uitwisseling van digitale informatie met hoge snelheden, veelal gebruikt voor het 1:1 (dus zonder verlies) overzetten van digitale videodata naar de pc, bijvoorbeeld vanuit een DV-camera.
FireWire werd door Apple geïntroduceerd, en later gestandaardiseerd door de IEEE 1394 werkgroep; Sony gaf er zelf de benaming iLink aan.
HD, HDTV
High Definition (HD-)Television is de moderne televisiestandaard met beduidend hogere beeldresoluties dan SD-televisie. Waar SDTV beperkt bleef tot circa 414.720 beeldpunten (720*576), telt HDTV er minimaal 921600 (1280*720) of 2.073.600 (1920*1080). Bovendien is het digitaal, is de kleurruimte groter, is de beeldverhouding anders (16:9 in plaats van het aloude 4:3 beeld) en worden er hogere eisen aan het geluid gesteld. Veel gehanteerde standaards zijn 720p, 1080i en 1080p (waarin de cijfers op het aantal beeldlijnen slaan en de i en p op respectievelijk interlaced en progressive scan).
Interlacing, interliniëring
InterlacingBij interlaced video (de zogeheten halfbeeldtechniek) worden even en oneven beeldlijnen in rap tempo (50Hz, dus 1/50 van een seconde) om-en-om weergegeven. De lijnen worden van links naar rechts en van boven naar onder weggeschreven over de monitor, maar bij interlaced weergave dus alternerend. Deze wisselende 'velden' (halve beelden eigenlijk) worden in ons brein soepel aaneengesmeed, zodat we het toch als een compleet beeld waarnemen. Zolang we interlaced video ook op interlaced monitoren weergeven (oude televisiebeeldbuizen voornamelijk), komen vooral bewegende beelden juist rustig over.
Anders ligt dat met computermonitoren en beamers die beelden over het algemeen non-interlaced (progressive scan) weergeven, wat voor stilstaande beelden de voorkeur geniet. Van interlaced bronmateriaal worden beide beeldvelden alsnog tegelijk weergegeven, waardoor 'artefacten' (beeldfouten) kunnen ontstaan. Vooral bij snelle horizontale bewegingen kleeft er dan een streepjespatroon ('kammetjes') achter de bewegingen aan.
Zolang pc-monitoren de doelgroep kenmerken, is het daarom zinvol om interlaced videomateriaal te de-interlacen.
MPEG
MPEG (Moving Picture Experts Group) is een compressietechniek, een bestandsformaat ook, om videodata te transporteren. Het wordt gebruikt voor opslag, voor transport via de ether, kabel of satelliet en voor bijvoorbeeld video-dvd's. Het is geen applicatiegebonden formaat, maar een standaard, afkomstig van JPEG dat wordt gebruikt om foto's te comprimeren. MPEG-2 komen we het meeste tegen, in gebruik voor standaard televisie en HDTV. MPEG-1 is ontworpen voor halve schermgrootte (352x288 pixels, VHS-kwaliteit); het nu zo populaire MP3-formaat voor audiocompressie is hier een afgeleide van. MPEG 4 wordt gebruikt voor bijvoorbeeld digitale camera's, mobiele telefoons en iPod's.
Multicast
MulticastBij multicasting wordt eenzelfde datastroom door diverse gebruikers gedeeld; meerdere clients ontvangen dan dezelfde videostroom. Pas op het laatste punt in het netwerk, daar waar de wegen tussen verschillende clients zich scheiden, wordt lokaal een kopie gemaakt. Dat kan dus alleen bij live en scheduled uitzendingen.
Het is een erg efficiënte techniek als het om server- en netwerkbelasting gaat. Een belangrijk probleem is echter dat alle netwerkonderdelen onderweg de multicast techniek moeten ondersteunen. Op internet is dat nog lang niet het geval. De SURFnet backbone is daarentegen wel geheel multicast-enabled. Het alternatief is unicasting.
Multiple bitrate (MBR)
De 'Meervoudige bitverwerkingsnelheid' is een techniek van de Windows Media Encoder om in eenzelfde videostroom meerdere bitrates op te nemen. Als een client (kijker) deze videostroom opvraagt, krijgt hij de bitrate die past bij zijn verbindingssnelheid/bandbreedte. Dezelfde inhoud wordt dus met verschillende bitrates gecodeerd; dat vergt wel extra rekenkracht van de pc-encoder.
NTSC
NTSC (National Television Standards Committee) was decennia lang de norm voor analoge standard definition televisie in Amerika; de tegenhanger van het Europese PAL (en het Franse SECAM). Het beeld bestaat uit 480 zichtbare lijnen die op computerschermen zo'n 720 beeldpunten bevatten. Gewoonlijk gaat het om analoge interlaced video, met 30 beelden per seconde (60 halfbeelden).
PAL
PAL (Phase Alternating Line) was decennia lang de norm voor analoge standard definition televisie in Europa, Afrika en Azië; de tegenhanger van het Amerikaanse NTSC (en het Franse SECAM). Het beeld bestaat uit 576 zichtbare lijnen die op computerschermen zo'n 720 beeldpunten bevatten. Gewoonlijk gaat het om analoge interlaced video, met 25 beelden per seconde (50 halfbeelden).
Progressive scan, non-interlaced.
Progressive scan
Bij non-interlaced video (de zogeheten volledig-beeldtechniek) wordt het beeld in een klap opgebouwd; we zien alle beeldlijnen tegelijk. De lijnen worden van links naar rechts en van boven naar onder weggeschreven over de monitor, maar bij progressive scan dus aaneengesloten achter elkaar door. Vooral voor stilstaande beelden levert dit het mooiste plaatje op.
Non-interlaced bronmateriaal laat zich gewoonlijk niet vertonen op interlaced beeldbuizen. Andersom kan wel, maar van interlaced bronmateriaal worden beide beeldvelden alsnog tegelijk weergegeven, waardoor 'artefacten' (beeldfouten) kunnen ontstaan. Vooral bij snelle horizontale bewegingen kleeft er dan een streepjespatroon ('kammetjes') achter de bewegingen aan.
Zolang pc-monitoren de doelgroep kenmerken, is het daarom zinvol om interlaced materiaal te de-interlacen.
Scanconverter
Met de scanconverter is het computerbeeld met een doorgaans hoge resolutie (vaak 1024*768) te converteren naar een videosignaal in SD-resolutie (720*576). Bovendien moet het progressive pixelbeeld worden omgezet naar een interlaced lijnenbeeld, terwijl ook de scanfrequentie moet worden aangepast.
SD, SDTV
Standard Definition is een term voor televisiebeelden op een resolutie zoals we die al decennia lang gewend zijn. De videobeelden hebben (in Europa) een resolutie van 720*576 (beeldpunten*lijnen), en zijn daarmee aanmerkelijk minder scherper dan beelden in HD-resolutie. Deze 'lage' resolutie wordt ook wel Full D1 genoemd. Zie ook PAL en NTSC.
Unicast
UnicastBij unicasting ontvangt iedere individuele client ('kijker') een eigen datastroompje van de streaming server, met een eigen kopie van de videostroom; meerdere clients ontvangen dan dezelfde videostroom. Met on demand raadplegingen is dat logisch (die gebruikers zullen immers zelden precies tegelijk dezelfde registratie opvragen), maar bij live uitzendingen is er een alternatief: multicasting.

       Print       

Deze handleiding is in zijn geheel of in delen te printen. Daarbij wordt rekening gehouden met de gekozen werkwijze, en het eventueel aangegeven specialisme. Bovenin de afdruk wordt die filtering ook aangegeven.
 
Hele handleiding
 
Deel 1: Inleiding
Deel 2: Keuzes vooraf
Deel 3: Voorbereiding
Deel 4: Opbouwen
Deel 5: Registreren
Deel 6: Publiceren
Deel 7: Extra
 
Checklists Voorbereiding (Werkplan, Checklist Mensen en voorzieningen, Checklist Locatie, Paklijst)
Opbouwplannen (Audio, Video, Coderen en Archiveren)
 
Begrippenlijst
 

Disclaimer

Deze handleiding is tot stand gekomen in het kader van het SURFnet/Kennisnet project 2006. De handleiding is in opdracht van SURFnet bv samengesteld door Joris Lange tekst&beeld producties in samenwerking met Dennis Kobus.

De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Voor deze handleiding is gebruik gemaakt van een aantal externe bronnen; mocht overname ten onrechte zijn uitgevoerd, neem dan contact op met SURFnet via info@surfnet.nl. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend en er wordt geen garantie gegeven met betrekking tot de juistheid of volledigheid ervan.

Alle auteursrechten en andere rechten van intellectueel eigendom op de inhoud van deze handleiding, behoren toe aan SURFnet en de samensteller, tenzij anders vermeld. Hergebruik van de inhoud van deze handleiding is mogelijk na toestemming van SURFnet en de auteur, via info@surfnet.nl en mail@jorislange.nl.

 
Eigen Werkwijze, de 'Keuzes vooraf'
Selecteer hier je eigen werkwijze;
de handleiding past zich erop aan, met gefilterde tekstdelen.

Audio
Cameramicrofoon
Enkele microfoon in/aan de camera;
algemene geluidsregistratie met beperkte informatie.

Losse microfoonEnkele losse microfoon dicht bij de bron (meestal spreker);
gerichte geluidsregistratie met beperkte informatie.

ZaalmixMeerdere microfoons en evt. andere bronnen;
complete gerichte geluidsregistratie.
Inpluggen op aanwezige zaalaudioapparatuur;
bediening aan anderen overlaten.

Eigen mixMeerdere microfoons en evt. andere bronnen;
complete gerichte geluidsregistratie.
Eigen audioapparatuur inzetten;
zelf bedienen.


Video
Enkele cameraEnkele camera;
algemene beeldregistratie met beperkte informatie.

BeeldmixMeerdere camera's en evt. andere bronnen;
complete gerichte beeldregistratie.

   Pc-projectie via scanconverterOm pc-presentaties in de beeldmix mee te nemen:
Via scanconverter de pc-beelden downscalen;
invoeren als videosignaal op de beeldmixer.

   Pc-projectie via monitorOm pc-presentaties in de beeldmix mee te nemen:
Via splitter de pc-beelden ook op monitor vertonen;
deze registreren met een extra camera.


Distributie
Live via MPEG-encoderVideoregistratie via MPEG-encoder versturen;
codering wordt automatisch afgehandeld;
komt live in verschillende streaming formaten beschikbaar.

Live via pc-encoderVideoregistratie lokaal coderen op pc-encoder;
versturen naar de streaming server;
komt daarmee live in enkel formaat beschikbaar.

On demand via live archiveringVideoregistratie lokaal coderen op pc-encoder;
data opslaan naar bestand;
later via streaming server on demand beschikbaar maken.

     door pc-encoder

On demand via back-upVideoregistratie lokaal opnemen met recorder;
materiaal achteraf coderen;
later via streaming server on demand beschikbaar maken.

     door losse recorder

Cameramicrofoon Enkele camera Live via MPEG-encoder

Eigen Specialisme, eventueel
Selecteer je eigen specialisme;
de handleiding past zich erop aan, met gefilterde hoofdstukken.